Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Bijschildklieroperatie

Bijschildklieroperatie

Deze operatie wordt uitgevoerd als uw bijschildklier te snel werkt. Hier leest u meer over de gang van zaken rond deze ingreep.

Wat is een te snel werkende bijschildklier?

Bijschildklieroperatie.jpg
Ligging van de bijschildklieren:
1. schildklier
2. bijschildklieren (liggen achter de schildklier)

Uw bijschildklieren liggen in uw hals, achter de schildklier. Het zijn normaal gesproken kleine kliertjes, iets groter dan een rijstekorrel. De meeste mensen hebben 4 bijschildklieren. Ze maken een hormoon aan dat betrokken is bij de calciumstofwisseling van het lichaam. Calcium is een belangrijk mineraal voor de aanmaak van botten en tanden en de functie van de spieren. Als u te weinig calcium in uw bloed heeft, gaat uw bijschildklier harder werken en produceert meer bijschildklierhormoon. Dit hormoon zorgt ervoor dat er kalk vrijkomt en stimuleert de productie van vitamine D, dat belangrijk is voor de opname van calcium uit de darm.

Als uw bijschildklier te snel werkt, wordt er teveel bijschildklierhormoon geproduceerd. Dit zorgt voor een te hoog calciumgehalte in het bloed. U kunt klachten krijgen zoals pijn in uw botten, vermoeidheid, psychische klachten, buikklachten of nierstenen. Een vergrote bijschildklier werkt meestal te snel. Vrijwijl altijd komt dat door een goedaardig gezwel (adenoom).

Voorgestelde behandeling
Aan de hand van uw klachten, bloedonderzoek en een echo of scan van de bijschildklier heeft uw specialist vastgesteld dat uw bijschildklier te snel werkt en stelt voor u te opereren. Ook uw leeftijd kan een rol spelen in de beslissing om te opereren. Tijdens de ingreep verwijdert de specialist de aangedane bijschildklier(en). De meeste mensen herstellen snel na een bijschildklieroperatie. U hoeft gewoonlijk na de operatie ook geen medicijnen meer te gebruiken om de bijschildklierfunctie te regelen. Uw herstel is natuurlijk afhankelijk van de reden van de operatie. Moet u geopereerd worden omdat u een kwaadaardig gezwel hebt, dan verloopt het herstelproces anders. In dat geval informeert uw specialist u over de nabehandeling.

Risico’s
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Bij een schildklieroperatie is er kans op complicaties zoals trombose, longontsteking, nabloeding of een wondinfectie.

Beschadiging stembanden
U kunt als gevolg van de operatie last hebben van heesheid door irritatie of letsel van de stembandzenuw. Dit gaat meestal vanzelf weer over. Blijven uw stembanden slecht functioneren? Dan heeft u misschien spraakles nodig. Hard praten en roepen is dan echter niet meer mogelijk. Ook als de stembandzenuw niet beschadigd is, kunt u merken dat uw stem veranderd is. Dit kan komen door beschadigingen van de halsspieren of van andere zenuwtakjes.

Tekort aan bijschildklierhormoon
Nadat het goedaardige gezwel is weggehaald, ontstaat meestal een tijdelijk tekort aan het bijschildklierhormoon. Na een aantal dagen nemen de andere bijschildklieren de functie over. Een blijvend tekort aan bijschildklierhormoon komt zelden voor. Ontstaat het toch, dan moest de specialist bij de operatie meestal teveel bijschildklierweefsel weghalen. Dit zal uit bloedonderzoek duidelijk worden. De specialist (internist) zal dan calciumtabletten en vitamine D-preparaten voorschrijven om een tekort hiervan te voorkomen.

Te weinig bijschildklierweefsel weggehaald
Als er te weinig bijschildklierweefsel is weggehaald kan er mogelijk een nieuwe operatie noodzakelijk zijn.

Hoe kunt u zich voorbereiden?
Op de dag van de behandeling moet u nuchter zijn. De anesthesioloog bespreekt dat met u. Rook de dag voor de operatie niet om hoesten te beperken. U hoeft vooraf thuis het operatiegebied niet te scheren, als dat nodig is doet de specialist dat op de operatiekamer.

Pre-operatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. Hij en zijn anesthesiemedewerker spreken de verdoving (narcose) met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Dit kunt u krijgen bij uw eigen apotheek. Het is handig om het overzicht bij u te houden, omdat er in het ziekenhuis meerdere keren om gevraagd wordt. De anesthesioloog bespreekt ook met u vanaf welk moment u niet meer mag eten en drinken.

Meenemen
Wilt u de volgende spullen meenemen naar het ziekenhuis?

  • Patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.
    Waardevolle spullen en sieraden kunt u beter thuis laten.

Melden
U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar de balie van de verpleegafdeling in het Deventer Ziekenhuis. De verpleegkundige belt u op de dag voor de opname. Ontvangt u de boodschap op uw antwoordapparaat, luister die dan helemaal af.

Voor de operatie
De verpleegkundige ontvangt u op de afdeling. Ongeveer 1 uur voor de operatie krijgt u van de verpleegkundige een medicijn waar u rustig van wordt. U trekt een operatiejasje aan en wordt in bed naar de operatiekamer gebracht.

Hoe verloopt de operatie?
De anesthesioloog brengt een infuus in de arm in. Via dit infuus krijgt u vocht toegediend. Daarna gaat u de operatiekamer in. U gaat liggen op de operatietafel. Daarna brengt de anesthesioloog u onder narcose zoals besproken tijdens de preoperatieve screening. De specialist begint met de operatie. Hij maakt een horizontale snee, laag in uw hals. De grootte kan variëren van ongeveer 5 tot 10 centimeter. De specialist verwijdert de aangedane bijschildklier- of klieren. De wond hecht hij met oplosbare hechtingen die onder de huid komen te liggen. Als het nodig is, legt hij een drain (slangetje) aan in het operatiegebied. Deze drain voert het wondvocht af. Na de operatie belt de specialist met de contactpersoon om te vertellen hoe de operatie verlopen is. Het weefsel wordt naar het laboratorium gestuurd voor onderzoek.

Tijdsduur
De bijschildklieroperatie duurt ongeveer 2 uur.

Na de operatie
Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Als alle controles, zoals bloeddruk, pols en bewustzijn, goed zijn, mag u weer terug naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling belt dan ook uw contactpersoon. Heeft u pijn of bent u misselijk? Vraag dan om medicijnen. Over het algemeen valt de pijn na de operatie mee; u kunt het vergelijken met een lichte keelontsteking. Door een niet goed bewegende stemband kan het voorkomen dat u zich na de operatie verslikt, moet hoesten en wat moeite heeft met ademhalen. Deze klachten verdwijnen na 1 tot 2 dagen. Bij hoesten kunt u lichte tegendruk geven op de plaats van de wond. De verpleegkundige verwijdert het infuus als u weer eet en drinkt, geen last heeft van misselijkheid en wanneer uw bloedwaarden goed zijn. Als het calciumgehalte in uw bloed goed blijft, bent u na 1 of enkele dagen genoeg hersteld om naar huis te gaan. De drain wordt de dag na de operatie verwijderd. De meeste mensen herstellen snel na een bijschildklieroperatie. U hoeft gewoonlijk na de operatie ook geen medicijnen meer te gebruiken om de bijschildklierfunctie te regelen.

Uitslag
De zaalarts bespreekt met u hoe de operatie is verlopen. De uitslag van het weefselonderzoek is bekend als u op de polikliniek komt.

Naar huis: waar moet u op letten?
Een dag of enkele dagen na de operatie kunt u meestal weer naar huis. Vraag of iemand u komt halen.

De wond kan de eerste dagen na de operatie gevoelig zijn. Over het algemeen geneest de wond zonder problemen. Er zullen na de operatie plakkertje op het litteken zitten, laat u deze zitten tot u op de polikliniek komt voor controle. U mag na 2 dagen douchen, gaat u nog niet in bad of zwembad tot u op de polikliniek bent geweest. Het litteken is gevoelig voor zon, zal snel verbranden, beschermt u het daarom nog de eerste maanden en gebruik eventueel zonnebrandcrème met een hoge UV factor.

Leefregels
U hoeft zich niet te houden aan speciale leefregels. U kunt uw normale activiteiten (sport, werk etc.) weer hervatten.

Controle op de polikliniek
Ongeveer 7-10 dagen na de operatie komt u naar de polikliniek Heelkunde voor controle en uitslag van het weefselonderzoek. Uw internist controleert na de ingreep uw bijschildklierfunctie. U krijgt hiervoor afspraken mee als u na uw opname weer naar huis gaat.

Wanneer contact opnemen?
Een bijschildklieroperatie kent meestal weinig complicaties. Toch kunnen zich, zoals na elke operatie, onverhoopt klachten voordoen als u weer thuis bent. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.

  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Infectie van de wond.
  • Nabloeding.
  • Als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen / verhinderd?
Hebt u nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts of verpleegkundige. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur naar de polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.

Context menu