Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Bestraling in de blaas (Brachytherapie)

Blaastumor bestraling (brachytherapie)

Brachytherapie is een onderdeel van de radiotherapie waarbij de stralingsbron zo dicht mogelijk bij de kankercellen wordt gebracht om zo de celgroei te stoppen. Het is een zeer precieze techniek die ervoor zorgt dat er zo weinig mogelijk gezonde cellen worden beschadigd.

Voorbereiding

Preoperatieve screening Anesthesiologie
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Bloedverdunnende medicijnen
Wanneer u bloedverdunnende middelen gebruikt, dan wordt deze medicatie in overleg met uw behandelend arts enige dagen voor de behandeling gestopt. Heeft de arts dit niet met u besproken, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de polikliniek Urologie.

Meenemen

  • Neem uw afsprakenkaart en patiëntenpas mee.
  • Als u thuis medicijnen gebruikt, neem die dan (in de originele verpakking) mee naar het ziekenhuis.
  • Neem uw nachtkleding, ochtendjas en toiletartikelen mee.
  • Omdat u alleen ligt, raden wij u aan om te zorgen voor voldoende afleiding. De straling gaat niet in de spullen zitten die u meeneemt of in uw lichaam. Zodra de bronnen weg zijn, is ook alle straling weg.
  • Tijdens de bestraling mag u geen sieraden/horloge om. Het is verstandig deze daarom thuis te laten en geen waardevolle spullen mee te nemen.

Melden
U komt op de afgesproken dag en tijd naar de afdeling die u telefonisch hebt door gekregen.

Voor de bestraling
U ligt op een 1-persoonskamer. Op de afdeling vertelt de verpleegkundige u hoe de opname verloopt. U krijgt een klysma om uw darmen leeg te maken.

Bestraling
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog dient uw verdoving toe, zoals afgesproken tijdens de preoperatieve screening. Een radiotherapeut en uroloog doen samen de bestraling. Zij brengen 2 tot 4 dunne flexibele buisjes in, op de plaats van de tumor in de wand van de blaas. Hiervoor wordt de blaas via de buikwand geopend. De buisjes steken na de behandeling door de buikwand naar buiten. Tijdens de bestraling plaatst de uroloog een verblijfskatheter in de blaas. Ook wordt een slangetje (wonddrain) geplaatst om overtollig vocht en bloed af te voeren. Daarnaast krijgt u een infuus voor extra vocht en eventueel medicijnen tegen een ontsteking.

Na de bestraling
Voordat u naar de afdeling teruggaat, verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. Terug op de verpleegafdeling worden via de buisjes de bestralingsbronnen ingebracht. Gedurende de behandeling worden er röntgenfoto’s gemaakt om te contoleren of de buisjes op de juiste plaats zitten. U hebt op de operatiekamer een katheter gekregen om de blaas te spoelen, zodat het bloed, dat eventueel uit de wond komt, wordt weggespoeld. Dit om te voorkomen dat er stolsels ontstaan bij de inwendige wondjes van de bestralingsdraden. De katheter geeft de wond rust, doordat de blaas ontspannen is en blijft tot ruim na de bestraling zitten. De verpleegkundige zorgt voor de spoeling en kan zonodig bij problemen de uroloog bellen. Bij pijn of het gevoel van aandrang kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. Hier krijgt u dan indien mogelijk de juiste medicijnen voor of een extra spoeling.

Gedurende de bestraling hebt u strikte bedrust, ook het bewegen in bed moet tot het minimum beperkt blijven. Dit om te voorkomen dat de bronnen verschuiven en de straling niet meer op de juiste plaats komt. Verpleegkundigen en artsen komen niet onnodig langs bij u op de kamer. Daarom wordt u tijdens de behandeling niet uitgebreid gewassen, maar ’s ochtends alleen wat opgefrist.

Elke dag komt de dienstdoende arts bij u om te kijken hoe het met u is. De radioloog bepaalt de duur van de bestraling. Zodra de bronnen verwijderd zijn, is er geen straling meer, ook niet in uw lichaam of uw kleding. De uroloog bepaalt wanneer de katheter er uit mag. Dit zal ongeveer 1 week na het verwijderen van de bronnen zijn en wordt gedaan door de verpleegkundige, meestal vroeg in de ochtend. U krijgt, als dat afgesproken is, een plastablet, zodat de urineproductie beter op gang komt. U moet veel drinken, om de blaas goed te spoelen. U krijgt een urinaal waar u in moet plassen, zodat de verpleegkundige kan zien hoeveel u plast en welke kleur het heeft. Dit is voor de uroloog belangrijk om te weten.

Duur
De behandeling met de radioactieve bronnen duurt gemiddeld 3 à 4 dagen.

Mogelijke complicaties/ ricico’s
Doordat de blaas open is geweest, bestaat een kleine kans dat deze lekkage geeft na de ingreep. Om dit te voorkomen heeft u het grootste deel van de opname een katheter in de blaas, zodat deze de kans heeft te herstellen.

Bezoek
Tijdens de bestraling mag u geen bezoek ontvangen van personen onder de 18 jaar en zwangeren. Voor het overige bezoek geldt een maximale bezoektijd van 10 minuten per persoon per dag. Als iemand tijdens de bestraling naar u toe wil, moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de bescherming van het loodscherm dat naast uw bed staat. De bezoeker moet er voor zorgen dat het scherm zich tussen hem/haar en de bronnen bevindt.

Naar huis
U moet er rekening mee houden dat de opname 10 tot 14 dagen zal duren. In de urine kan de eerste tijd bloed zitten, schrik daar niet van, dit hoort er bij. Dit komt doordat de inwendige wond nog niet geheel genezen is. Dit kan tot 6 weken na de operatie voorkomen.

Leefregels

  • Het is belangrijk dat u ruim drinkt (geen alcohol i.v.m. bloedverdunnende werking) van minstens 2 liter per dag. Dit is goed voor de doorspoeling van de blaas en om te voorkomen dat er zich bloedstolseltjes kunnen vormen.
  • Het werk kan hervat worden na 2 weken, tenzij u zwaar lichamelijke arbeid verricht. Overleg dan even met de uroloog.

Controle
De controle afspraak wordt gepland tussen 2 tot 6 weken op de polikliniek Urologie. U krijgt hiervoor een afspraak mee.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met polikliniek Urologie, tel.: (0570) 53 51 50 of met de Radiotherapiegroep, tel.: (0570) 64 69 00. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met verpleegafdeling G2, tel.: (0570) 53 53 85.

  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Klachten bij het plassen.
  • Veel pijn.
  • De urine blijft donkerrood.
  • Als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen?
Hebt u nog vragen, dan kunt u ze stellen aan de verpleegkundige op de afdeling of tijdens uw eerstvolgende polikliniekbezoek.

Context menu