Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Aneurysma in de buik - operatie

Aneurysma in de buik - operatie

Als u aan uw aneurysma in de buik wordt geopereerd leest u hier meer over de ingreep.

Wat is arterieel vaatlijden?
Arterieel vaatlijden is een aandoening van de slagaders. Het kan als gevolg hebben dat zich een vernauwing van de vaten voordoet. Deze afwijking is een gevolg van afzetting van vet in de wand en verkalking van de wand van de slagader.

Arterieel vaatlijden kan ook als gevolg hebben dat de slagader zich verwijdt of dat zwakke plekken ontstaan in de slagader. Dit wordt een aneurysma genoemd. Als een aneurysma in de lichaamsslagader (aorta) voorkomt begint deze vaak een eindje onder de aftakking naar de nieren en eindigt boven de splitsing naar het linker- en rechterbeen. Het kan zijn dat de zijtakken van de aorta ook zijn verwijd. Een aneurysma van de aorta hoeft lang niet in alle gevallen geopereerd te worden. Soms echter is de groei dusdanig dat de kans op scheuren sterk is toegenomen. Het mogelijke gevolg is een levensbedreigende bloeding. Hoe groter het aneurysma, des te groter het risico op scheuren. Ook kan er, doordat er een bloedstolsel of een stukje van de wand van de slagader is losgeraakt, plotseling een afsluiting optreden in een andere slagader (embolie).

Klachten
Een aneurysma geeft in principe geen klachten en wordt vaak bij toeval ontdekt als er om andere redenen een onderzoek plaatsvindt. Zo kan bij een lichamelijk onderzoek van de buik boven de navel een kloppende zwelling worden gevoeld. Soms veroorzaakt het aneurysma vage rugklachten of pijn in de buik. Meestal wordt een aneurysma ontdekt door een echo of röntgenonderzoek van de buik.

Voorgestelde operatie
Uw behandelend specialist heeft bij u een operatie voorgesteld. Bij deze operatie wordt een deel van de buikslagader (aorta) vervangen door een kunststof bloedvat (buisprothese of broekprothese).

Risico’s
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er kunnen complicaties optreden zoals een infectie aan de wond, een longontsteking, longembolie, bloedingen, trombose, blaasontsteking of een hartinfarct. Er kunnen ook specifieke complicaties voorkomen zoals een nabloeding of een afsluiting van de vaatprothese of beenslagader. Als dit zich voordoet moet u soms opnieuw geopereerd worden. Bij mannen kan het voorkomen dat na de operatie de erectie gestoord is of dat ondanks een normale erectie de zaadlozing richting de blaas gaat. Erectiestoornissen kunnen tijdelijk zijn, maar ook blijvend van aard.

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt.

Intakegesprek
Als voorbereiding op de operatie krijgt u tevens een intakegesprek met de vaatverpleegkundige. Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich bij de polikliniek Heelkunde, route 77. De verpleegkundige stelt u een aantal vragen over uw gezondheid en leefomgeving. Zij verstrekt u aanvullende informatie indien nodig. U krijgt van haar 6 pakjes drinken mee. Deze pakjes geven u tijdens de operatie de nodige energie en helpen uw darmen actief te houden.

Thuis
Op de dag voor de operatie mag u gewoon eten en drinken tot 24.00. De avond voor de operatie drinkt u 4 pakjes tussen 18.00 en 20.00 uur. Op de ochtend voor de operatie drinkt u de andere 2 pakjes vóór 06.00 uur.

Meenemen
Wilt u de volgende spullen meenemen als u voor uw opname naar het ziekenhuis komt?

  • Uw patiëntenpas. Moet deze gewijzigd worden, meldt u zich dan bij de receptie hoofdingang.
  • Het telefoonnummer van uw contactpersoon.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt. U kunt dit krijgen bij uw eigen apotheek. Houd het overzicht bij u; er kan tijdens uw opname meerdere keren naar gevraagd worden.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.
    Waardevolle spullen en sieraden kunt u beter thuislaten.

Melden
U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar de verpleegafdeling Heelkunde (Afdeling C2). U kunt zich melden bij de balie. De secretaresse belt u een dag voor de opname. Ontvangt u de boodschap op uw voicemail, luister die dan helemaal af. De verpleegkundige vertelt u hoe laat uw operatie plaatsvindt. Let wel: dit is een streeftijd; in onvoorziene gevallen kan het tijdstip veranderen.

Voor de operatie
De verpleegkundige begeleidt u naar uw kamer, waar u wordt voorbereid op de operatie. U krijgt operatiekleding om aan te trekken en krijgt pijnstillers en rustgevende medicijnen. U moet uw make-up, contactlenzen, gehoorapparaat en uw kunstgebit af- en uitdoen. Als u aan de beurt bent, brengt de verpleegkundige u in uw bed naar de operatiekamer.

Hoe verloopt de operatie?
Op de operatiekamer krijgt u eerst een infuus aangelegd voor vochttoediening en een ruggenprik voor pijnstilling na de operatie. U wordt daarna volledig onder narcose gebracht.
Daarna wordt u geopereerd. Er wordt een vaatprothese bij u aangebracht. Dit is een kunststof prothese die in uw buikslagader ( buis) en eventueel met pijpjes naar de beenslagaders (broekprothese) wordt aangebracht.

Tijdsduur
de duur van de operatie is ongeveer 3 tot 4 uur.

Na de operatie
Na de operatie wordt u kortdurend verpleegd op de afdeling intensieve zorg (IC) om u extra te bewaken. Soms is het noodzakelijk om u kunstmatig te beademen.
Als het goed met u gaat wordt u naar de verpleegafdeling gebracht. U ligt aan een infuus voor vochttoedoening, een blaaskatheter voor de afloop van urine en een slangetje in de rug om pijnstilling toe te dienen. Soms krijgt u een slang ingebracht die van uw neus naar de maag loopt om de maagsappen af te voeren. U kunt zich misselijk voelen, omdat uw darmen tijdens de operatie stil zijn komen te liggen. Om uw darmen weer te activeren wordt u zodra het kan gemobiliseerd. U mag eerst alleen drinken. Als uw darmen weer functioneren en de behandelend specialist daarvoor akkoord geeft, mag u vloeibare voeding of normale voeding eten.

Na uw operatie wordt een aantal zaken regelmatig gecontroleerd:

  • het kloppen van de slagaders op de voet;
  • lekkage van de wond;
  • de temperatuur van uw benen;
  • uw bloeddruk.

Uitslag
De chirurg die de operatie heeft uitgevoerd neemt contact op met uw contactpersoon na uw operatie. Uw contactpersoon wordt eveneens gebeld als u terug bent op de IC of op de verpleegafdeling. De zaalarts bezoekt u dagelijks om te kijken hoe het met u gaat en bespreekt met u hoe de operatie is verlopen. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Hebt u en/of uw naaste(n) behoefte aan een gesprek met de zaalarts? Geef dit aan bij uw verpleegkundige, dan wordt er een afspraak gemaakt.

Naar huis: waar moet u op letten?
U mag na ongeveer 7 tot 10 dagen na uw operatie naar huis. Als er complicaties optreden kan de opnameduur langer zijn.

U zult thuis merken hoe zwaar de operatie is geweest. Het kan soms wel tot een half jaar duren voordat u weer bent hersteld. U zult na de operatie bloedverdunners moeten blijven gebruiken. U krijgt een recept mee voor medicijnen en indien nodig verband dat u bij de apotheek kunt ophalen.

Leefregels
Het is belangrijk om dagelijks wandelingen te maken om de doorbloeding in de benen te stimuleren. Geadviseerd wordt om minimaal 3 keer per dag 15 minuten te lopen. Probeer dit uit te breiden indien mogelijk. Op het moment dat u met ontslag gaat krijgt u over de leefregels nadere informatie mee.

Controle op de polikliniek
Als u naar huis mag, krijgt u een afspraak mee om uw wond te laten controleren en uw hechtingen te laten verwijderen. Deze afspraak vindt 2 weken na uw operatie plaats. Ook krijgt u een afspraak mee om terug te komen bij uw behandelend specialist ca. 4 tot 6 weken na uw operatie. Uw behandelend specialist controleert of het goed met u gaat.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00. Neem in ieder geval contact op bij:

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • roodheid en/of zwelling van het operatiegebied;
  • toename van pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u die stellen aan uw behandelend specialist of uw huisarts. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 12.00 en van 13.30 tot 16.30 uur naar de polikliniek heelkunde (0570) 535060. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.

Meer informatie
www.hartstichting.nl
www.hartenvaatgroep.nl

Context menu