Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Aangeboren heupdysplasie

Aangeboren heupdysplasie

Bij uw baby is aangeboren (=congenitale) heupdysplasie vastgesteld. In deze brochure krijgt u informatie over de oorzaken en de behandeling van deze aandoening. Neem de tijd en de rust om deze informatie te lezen.


Inhoud

  1. Inleiding 
  2. Oorzaken 
  3. Polikliniekbezoek Orthopedie
  4. Onderzoek 
  5. Spreidbroek behandeling 
  6. Tractiebehandeling in opname
  7. Dag van de operatie 
  8. De operatie
  9. Na de operatie
  10. Complicaties
  11. Na ontslag
  12. Wanneer kan mijn kind zijn/haar been weer gebruiken?
  13. Wanneer moeten de hechtingen worden verwijderd?
  14. De toekomst
  15. Contactpersoon
  16. Vragen?

     

1.  Inleiding
Heupdysplasie is één van de meest voorkomende ontwikkelingsstoornissen die na de geboorte tot uiting komen. Het komt bij ongeveer 2% van alle baby's voor en betreft een onderontwikkeling (= dysplasie) van het heupgewricht. Doordat de heupkom onvoldoende diep is gevormd, overdekt deze de heupkop niet goed. De heupkop kan dan makkelijk uit de ondiepe kom glijden. Heupdysplasie kan zelfs leiden tot een heupontwrichting, ook wel heupluxatie genoemd. Onbehandelde heupdysplasie kan op latere leeftijd tot arthrose (slijtage) leiden. Een tijdige behandeling van de dysplasie kan dit voorkomen. 

Figuur 1 Schema van een normaal heupgewricht.
Figuur 2 Schema van het verschil tussen een normale heup en een dysplastische heup die uit de kom loopt.
Figuur 3 Onbehandelde dysplasie en luxatie van de linker heup bij een kind van 8 maanden oud. Inmiddels is er een doorbloedingsstoornis van de heupkop opgetreden. 
Figuur 4 Beoordelingsschema voor röntgenfoto's van heupdysplasie.
Figuur 5 Onbehandelde ernstige heupdysplasie met luxatie rechts op volwassen leeftijd, de linker heup is normaal.
 

 

2.  Oorzaken
De oorzaak van heupdysplasie is onduidelijk. Bekend is dat de afwijking niet overal in gelijke mate voorkomt. Zo is heupdysplasie in China en Afrika zeer zeldzaam. Ook komt de afwijking veel vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Daarnaast lijken erfelijke en familiaire invloeden aanwezig.
Bij baby's van wie één van de ouders, zusjes of broertjes heupdysplasie heeft of heeft gehad, is de kans dat de afwijking ontstaat veel groter. Ook de ligging van de baby in de baarmoeder lijkt van invloed te zijn, want bij stuitligging komt heupdysplasie iets vaker voor. ln hoeverre de afwijking door bepaalde houdingen na de geboorte kan verergeren, is niet helemaal duidelijk. Wel is bekend dat het dragen van de baby in een draagzak (in heup spreidpositie) gunstig is. Het strekken van de beentjes, bijvoorbeeld om de lichaamslengte te meten, en om in te bakeren wordt afgeraden. Heupdysplasie is niet pijnlijk.

3.  Polikliniekbezoek orthopedie
Uw huisarts of de radioloog heeft u doorverwezen naar de polikliniek Orthopedie. Op de polikliniek wordt uw kind onderzocht en worden eventueel aanvullende röntgenfoto’s gemaakt om de oorzaak van de problemen van uw kind te achterhalen.

4.  Onderzoek
Het is zeer belangrijk dat heupdysplasie in een vroeg stadium wordt ontdekt. Daarom worden baby's direct na de geboorte onderzocht. Ook op de consultatiebureaus vinden deze onderzoeken plaats. Als de arts de afwijking vermoedt, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Echografie-onderzoek kan al in de eerste maanden na de geboorte worden verricht.
Bij het vermoeden van heupdysplasie moet in ieder geval een röntgenfoto worden gemaakt. Röntgenfoto's leveren echter meestal pas na de 3e levensmaand voldoende gegevens op. Als de heupkop al uit de kom is (heupluxatie) en niet zomaar kan worden teruggeplaatst, wordt vaak een röntgencontrast onderzoek van het gewricht (arthrogram) verricht om te beoordelen, of er weefsel tussen kop en kom zit. Dit weefsel verhindert soms het terugplaatsen van de heupkop.

Zodra een heupdysplasie wordt geconstateerd, dient de behandeling te beginnen. Meestal is dit in de leeftijdsfase van 3 tot 6 maanden. Onder de leeftijd van 3 maanden geneest heupdysplasie vaak spontaan en is er dus geen speciale behandeling nodig.

Onderzoek dat plaatsvindt in Deventer
In Deventer en omstreken is met de consultatiebureuaartsen afgesproken dat zij op heupdysplasie testen omstreeks de 3e levensmaand. Bij de geringste verdenking daarop wordt via de huisarts een afspraak gemaakt op de afdeling Radiologie (röntgenafdeling) van het Deventer Ziekenhuis waar een echo onderzoek wordt gedaan. Als daar een heupdysplasie wordt gezien, of als er twijfel bestaat, wordt een röntgenfoto gemaakt waarop de ernst van de aandoening beter kan worden beoordeeld. Indien ook de foto een dysplasie laat zien, wordt door de afdeling Radiologie op korte termijn een afspraak gemaakt op de afdeling Orthopedie.
Meestal wordt dan nog een aanvullende foto gemaakt met de benen van uw kind wijd zodat beoordeelbaar is of er sprake is van een heupluxatie. Op de polikliniek Orthopedie wordt uw kind volledig lichamelijk onderzocht en wordt met u overlegd over de behandeling.

 

 

Figuur 6 Echo van een normale heup. F is de kop van het dijbeen, de pijltjes wijzen op het heupkapsel en de bodem van het kommetje.
Figuur 7 Echo van een dysplastische heup. F is de kop van het dijbeen de pijltjes wijzen op het kapsel en de bodem van het kommetje. Vergelijk de vorm met figuur 6. Opvallend is dat de bodem van de kom terug wijkt.
 
Bij een luxatie wordt uw kind opgenomen voor tractie gedurende enkele weken waarmee de heup meestal weer in de kom kan worden gebracht. Na de tractieperiode wordt een nieuwe röntgenfoto gemaakt waarop bekeken wordt of de heup inderdaad weer in de kom zit. Is dat het geval, dan wordt op de operatiekamer een gipsbroek (ofwel bekkengips) aangelegd.

5.  Spreidbroek behandeling
Wordt toegepast bij heupdysplasie (ondiepe kom). De behandeling van dysplasie bestaat uit het centreren van de heupkop in de heupkom. Deze positie wordt vervolgens gefixeerd, zodat de kom zich dieper kan ontwikkelen. Hiervoor worden de beentjes met klitteband in spreidstand gehouden met behulp van een spreidbeugeltje. Het dragen hiervan is meestal 23 uur per dag noodzakelijk. Bij het baden of kleden van het kind mag de beugel worden afgedaan, tenzij de arts andere instructies heeft gegeven. Als het kind in deze spreidstand veel met de beentjes trappelt, ontstaat door intensievere druk van de heupkop in de heupkom een groeiprikkel. Hierdoor vormt de vlakke heupkom een beter dak boven de kop. De behandeling doet geen pijn en uw kind wordt door de bandage niet in de ontwikkeling geremd.

 

 



Figuur 8 CAMP spreidbeugel 
 
6.  Tractiebehandeling in opname
Wordt toegepast bij heupluxatie (heup uit de kom). Met een tractiebehandeling wordt geprobeerd het heupje weer op zijn plaats te brengen. De heupjes en pezen worden met gewichten voorzichtig opgerekt, zodat na enkele weken de heupkop soepel in de kom kan glijden. Deze behandeling is niet pijnlijk. Uw kind zal voor de tractiebehandeling worden opgenomen in het ziekenhuis op de Kinderafdeling.
De behandeling begint met tractie in de lengterichting en bestaat uit het geleidelijk buigen van de benen in de heupen totdat de benen recht omhoog wijzen. Dan gaan we verder met geleidelijk spreiden van de benen totdat de benen volledig gespreid zijn. Dit hele proces gaat zeer geleidelijk en neemt daarom 4 weken in beslag.
Ongeveer 95% van de heupjes is op deze wijze, zonder operatief ingrijpen, in de kom te krijgen. 

 
Figuur 9 Houding van uw kind aan het begin van de tractieperiode.


Figuur 10 Kind in tractie.


Op de Kinder- en jeugdafdeling zal de kinderarts meekijken naar uw kind voor eventuele vaccinaties, voedingsproblemen en voor een beoordeling van de lichamelijke conditie voor een eventuele narcose. Op de Kinderafdeling is een fotoboek en veel voorlichtingsmateriaal aanwezig waar u gebruik van kunt maken. De verpleegkundige zal u hierop wijzen en eventuele vragen beantwoorden.

Na deze behandeling wordt meestal voor een periode van 1 of 2 x 6 weken een bekkengips aangelegd. In het bekkengips wordt het gewrichtskapsel voldoende stevig en de kop kan er niet meer uitglijden. Dit gips wordt aangelegd op de operatie afdeling, in narcose. Tijdens het aanleggen van dit gips wrodt de stabiliteit van de heup beoordeeld.


Figuur 11 Baby in gipsbroek.

Als er weefsel aanwezig is tussen heupkop en heupkom of als tractiebehandeling niet helpt, kan een operatie noodzakelijk zijn. Hierbij wordt het weefsel verwijderd en de kop in de kom geplaatst. Dit wordt tevoren met u besproken.

7.  Operatieve correctie van de stand van de heupkom
Soms is een 2e ingreep nodig. Meestal wordt rond de 3e verjaardag beoordeeld of dat nodig is. Als de heup niet goed reageert op de behandeling met spreibroekjes en spreidbeugels is het nodig een operatieve correctie van de heup te overwegen.
Omdat de heupkom ondiep is, wordt dan een correctie uitgevoerd van de stand van de kom, een zogenaamde Salter osteotomie. Hierbij wordt het bekken juist boven de kom doorgenomen en de kom in een betere positie gebracht. De botdelen worden daarna vastgezet met 2 dunne metalen draden. Soms is een ander type operatie nodig, al naar gelang de ernst van de afwijking. Uw orthopedisch chirurg zal u dit verder uitleggen als deze operatie nodig is.

Als uw kind geopereerd wordt mag 1 van de ouders/verzorgers aanwezig zijn bij de inleiding van de narcose. Het is belangrijk dat u en uw kind goed voorbereid zijn op de narcose. Wij adviseren u daarom om samen met uw kind de voorlichtingsbijeenkomst bij te wonen. Tijdens deze bijeenkomst krijgt u informatie over de gang van zaken voor en na de narcose. U kunt zich opgeven tijdens kantooruren, bij voorkeur tussen 14.00-14.30 uur, tel.: (0570) 53 53 20. Bent u verhinderd? Dan kunt u samen met uw kind de presentatie thuis bekijken. Ga hiervoor naar www.dz.nl/Behandelingen/narcose_bij_kinderen/  en klik op "Voorbereiding". Kinderen beneden de 2 jaar hoeven niet mee naar de voorlichting. Ouders/verzorgers kunnen altijd even langs komen om de Kinder- Jeugdafdeling vooraf te bezoeken.

8.  Dag van de operatie
Uw kind krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is dan het enige wat zij/hij aan mag hebben.

9.  De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u en uw kind naar de Operatieafdeling. U mag uw kind zelf op het operatiebed leggen in overleg met de anaesthesioloog. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. Het aanleggen van de gipsbroek vindt plaats onder algehele narcose.

Het aanleggen van een gipsbroek duurt ongeveer 60 minuten, dat is inclusief het in slaap maken en weer wakker laten worden van uw kind. Direct na de ingreep verblijft uw kind enige tijd in de nabehandelingskamer (uitslaapkamer). Als de controles, zoals bloeddruk en hartslag, goed zijn gaat zij/hij weer terug naar de afdeling.

Als een operatie noodzakelijk is, zal de orthopedisch chirurg dit tevoren met u bespreken. Omdat de mogelijke operaties sterk wisselen in benodigde tijdsduur en zwaarte wordt dat uitgebreid persoonlijk toegelicht.

10.  Na de operatie
Terug op de afdeling zal de verpleegkundige met de ouders overleggen hoe de operatie verlopen is. Verder komt de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, hartslag alsmede het gips van uw kind controleren.
Direct na het aanleggen van de gipsbroek belt de orthopedisch chirurg met u op de Kinder- en jeugdafdeling om u mee te delen hoe de procedure is verlopen en hoe lang er gipsbehandeling nodig is.

Indien nodig worden pijnstillers toegediend. Uw kind zal over het algemeen na het aanleggen van een bekkengips de volgende dag de kinderafdeling kunnen verlaten. Na een operatie zal uw kind gemiddeld 4 dagen op de Kinder- jeugdafdeling opgenomen blijven.

11. Complicaties
Voor de meeste kinderen verloopt de behandeling zonder problemen. Ze zijn dan ook meestal uitbehandeld nog voordat ze gaan lopen. Mogelijke complicaties van het bekkengips zijn:

  • strak zittend gips, dit wordt verholpen door de gipsverbandmeester;
  • tijdelijke doorbloedingsstoornis van de heupkop waardoor de ontwikkeling van de heupkop tijdelijk gestoord raakt, dit gaat vrijwel altijd restloos over;
  • blijvende luxatie in het gips, dit geeft meestal een tijdelijke doorbloedingsstoornis van de heupkop.

Mogelijke complicaties van de operatie zijn:

  • bloedingen uit de operatiewond, dit komt zeer zelden voor en wordt opgemerkt bij de wondcontrole die uitgevoerd wordt op de afdeling;
  • infecties (1-2%), dit wordt duidelijk binnen drie dagen na de operatie en maakt antibiotica noodzakelijk om de infectie te bestrijden, zelden is een nieuwe operatie nodig om de wond schoon te maken;
  • traag aan elkaar groeien van het bot, dit maakt een langere gipsbehandeling nodig.

12. Na ontslag
Na thuiskomst met uw kind in een gipsbroek is een aantal aanpassingen nodig. Uw kind kan alleen op de rug slapen met een kussen onder de onderbenen. Hij/zij past meestal niet in een standaard kinderstoel of kinderzitje voor in de auto. Een opgerolde handdoek kan dan uitkomst bieden. Dat geldt ook voor de maxicosi (beide benen steken buiten het bakje). De verpleging op de afdeling zal u nadere instructies en tips geven over hoe u uw kind het beste kunt tillen en verzorgen.

Voor het luieren bieden Tena-Lady’s een uitkomst; deze kunnen in het gips worden gestoken onder een gewone luier, dat voorkomt het vuil worden van het gips.
Zes weken na operatie wordt u voor controle op de polikliniek Orthopedie in het ziekenhuis gezien of wordt, als het gips moet worden vervangen een nieuwe opname geregeld. Maakt u zich zorgen over uw kind, belt u dan de polikliniek Orthopedie.

13.  Wanneer kan mijn kind zijn/haar been weer gebruiken?
Over het algemeen is na een gipsbehandeling een spreidbroek behandeling nodig totdat de heup weer een normale vorm heeft. Bij het verwijderen van de gipsbroek en/of de spreidbroek zal uw kind het been vrijwel direct weer normaal gebruiken. U hoeft geen voorzorgsmaatregelen te nemen en fysiotherapie is meestal niet nodig.

14.  Wanneer moeten de hechtingen worden verwijderd?
Bij een gipsbehandeling zonder operatief ingrijpen is natuurlijk geen sprake van hechtingen. Na een doorgemaakte operatie mogen de hechtingen na 2 weken worden verwijderd. Dit gebeurt op de gipskamer of de polikliniek in het ziekenhuis. U krijgt hiervoor een afspraak mee als uw kind met ontslag gaat.

15.  De toekomst
Tijdige behandeling van heupdysplasie en heupluxatie heeft in veruit de meeste gevallen een goed resultaat. Door de behandeling kunnen gewrichtsproblemen, zoals toenemende luxatie en artrose (slijtage) worden voorkomen. Vrijwel alle behandelde kinderen ontwikkelen een goed heupgewricht en kunnen een normaal leven leiden.
De behandelingsduur verschilt per geval en is afhankelijk van de ernst van de afwijking en het verloop van het genezingsproces. Regelmatige controle door de orthopedisch chirurg is altijd noodzakelijk.

16.  Contactpersoon
Voor de medewerkers van de afdeling en uw familie/relaties is het belangrijk een contactpersoon aan te wijzen. Van een contactpersoon wordt verwacht dat hij/zij de familie/relaties informeert over de gezondheidstoestand van uw kind. Meestal is de vader of moeder de contactpersoon. Zorg dat uw familie/relaties hiervan op de hoogte zijn. Als uw kind na de operatie weer op zijn/haar kamer is, belt of overlegt de verpleegkundige met de contactpersoon om dit door te geven. De afdelingsmedewerker verstrekt uitsluitend informatie met uw toestemming.
Het is de bedoeling dat uw contactpersoon zoveel mogelijk ook voor de bezoekers een contactpersoon is.

17.  Vragen?
Hebt u vragen over de medische zorg, stel deze dan gerust aan uw arts tijdens het polikliniekbezoek of tijdens uw verblijf op de afdeling. Eventueel kunt u bellen naar de polikliniek Orthopedie, tel: (0570) 53 51 55, naar de Kinder- en jeugdafdeling tel. (0570) 53 53 20. U kunt dan vragen naar Mw. H. Jansen. Voor vragen over de opname belt u naar de Opname, tel. (0570) 53 51 30.

Deze folder is na te lezen op de website van het Deventer Ziekenhuis, op www.dz.nl/Behandelingen/aangeboren-heupdysplasie/. Voor meer informatie kuntu ook terecht op www.dz.nl/Afdelingen/orthopedie/

Meer informatie kunt u vinden bij de vereniging voor aangeboren heupafwijkingen
http://www.heupafwijkingen.nl en http://www.kinderorthopedie.nl

Een deel van de illustraties is afkomstig van:
www.lpch.org/.../ orthopaedics/ddh.html en
www.virtualpediatrichospital.org/.../ ddh.shtml en
www.massgeneralimaging.org/ newsletter/april_2004/ en
http://www.familienhandbuch.de/cmain/f_Aktuelles/a_Gesundheit/s_1513.html
en Camp spreider.

Context menu