Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Huidkanker - verwijderen schildwachtklier

Huidkanker - verwijderen schildwachtklier

Binnenkort wordt u in het Deventer Ziekenhuis behandeld voor een tumor van de huid (melanoom). Voor de verdere behandeling is belangrijk om te weten of er uitzaaiingen in de lymfeklieren aanwezig zijn. Uw specialist heeft daarom voorgesteld de schildwachtklier in uw oksel of lies te onderzoeken en verwijderen. In deze folder leest u meer over deze operatie.

Wat is een schildwachtklier?
Een kwaadaardige tumor in de huid kan zich uitzaaien. De lymfeklier waar deze uitzaaiingen het eerst langskomt, noemen we de schildwachtklier. Pas daarna kunnen ook de andere lymfeklieren in de oksel of lies worden aangetast.

Met een onderzoek van uw schildwachtklier voorkomt uw specialist het onnodig verwijderen van alle lymfeklieren in de oksel of lies. Als de schildwachtklier gevonden wordt en geen tumorcellen bevat, hoeven de andere lymfeklieren niet weggenomen te worden. Het verwijderen van alle lymfeklieren kan klachten geven zoals: gevoelsstoornissen, bewegingsbeperking en een dikke arm of dik been (lymfoedeem). Heel soms wordt de schildwachtklier niet gevonden. Dan volgt alsnog een operatieve behandeling, waarbij alle lymfeklieren worden verwijderd.

Voorgestelde behandeling
In een operatie verwijdert de specialist uw schildwachtklier. Daarna wordt deze in het laboratorium onderzocht. Zo komt uw specialist te weten of er uitzaaiingen in uw lymfeklieren aanwezig zijn. Zitten er in de schildwachtklier uitzaaiingen, dan verwijdert de specialist in een 2e operatie alle overige lymfeklieren.

Voorbereidend onderzoek
Voor de operatie moet onderzocht worden waar uw schildwachtklier zich precies bevindt. Dit gebeurt in een voorbereidend onderzoek, dat meestal de dag voor de operatie plaatsvindt. U hoeft zich voor dit onderzoek niet voor te bereiden. U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde, route 45. Neem uw patiëntenpas mee.

Om de schildwachtklier op te kunnen sporen, krijgt u dichtbij de tumor in uw huid een injectie met een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof ingespoten. De radioactieve stof wordt naar de schildwachtklier afgevoerd en hoopt zich daarin op. Een paar uur na de injectie komt u weer naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde, voor het maken van foto’s met een speciale scan (camera). Op deze foto’s is de ophoping van radioactiviteit in de schildwachtklier(en) zichtbaar. Let op: het in beeld komen van de schildwachtklier zegt nog niets over het al dan niet aanwezig zijn van kwaadaardige cellen. Het geeft alleen informatie over de plaats van de schildwachtklier. Tijdens het foto’s maken moet u verschillende houdingen aannemen. U moet daarbij zo stil mogelijk blijven liggen. Het maken van de foto’s duurt ongeveer 30 tot 45 minuten. U krijgt hiervoor een afspraak mee.
De hoeveelheid radiovloeistof die u krijgt ingespoten, is zo klein dat er geen gevaar is voor uzelf of uw omgeving. U ondervindt geen bijwerkingen. Wel wordt geadviseerd kinderen jonger dan 1 jaar deze dag niet op schoot te nemen.

Risico’s operatie
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij operaties de normale risico's op complicaties van een operatie zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties. Hiervoor worden zoveel mogelijk voorzorgsmaatregelen genomen.

Hoe kunt u zich op de operatie voorbereiden?

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis
U kunt zich voor de operatie ’s morgens thuis gewoon wassen of douchen. Breng geen deodorant of bodylotion aan op het te opereren gebied.

Melden
U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar het Deventer Ziekenhuis. De verpleegkundige belt u op de dag voor de ingreep en vertelt u op welke afdeling u zich moet melden. Ontvangt u de boodschap op uw voicemail, luister die dan helemaal af.

Meenemen
  • Uw patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt. U kunt dit krijgen bij uw eigen apotheek.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.
Waardevolle spullen en sieraden kunt u beter thuislaten.

Voor de operatie
Een verpleegkundige ontvangt u en maakt u wegwijs op de afdeling. U krijgt operatiekleding om aan te trekken. Daarna moet u in bed blijven. Probeer hiervoor nog naar het toilet te gaan.

Hoe verloopt de schildwachtklierverwijdering?
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatiekamer. Op de operatiekamer wordt u onder narcose gebracht zoals de anesthesist met u heeft besproken tijdens de preoperatieve screening. Als u onder narcose bent, wordt de schildwachtklier opgezocht met behulp van een apparaat dat de radioactieve straling meet. De specialist spuit in de huid rond de afwijking een kleine hoeveelheid blauwe kleurstof. Deze vloeistof bewandelt dezelfde weg als een eventuele uitzaaiing en verspreidt zich via de lymfebanen. De specialist spoort met het apparaat de schildwachtklier op, hierbij geholpen door de radioactiviteit en de kleurstof. Daarna verwijdert hij de schildwachtklier en daarna haalt hij de afwijking in de huid weg.

Tijdsduur
De operatie duurt ongeveer 45 minuten.

Na de operatie
Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Als u pijn hebt of misselijk bent, kunt u om medicijnen vragen. Als uw bloeddruk en ademhaling normaal zijn en u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Uw contactpersoon wordt gebeld en geïnformeerd over uw toestand. De verpleegkundige controleert u regelmatig. U hebt een infuus. Meestal mag dit er dezelfde dag nog uit.
De blauwe kleurstof die tijdens de operatie wordt ingespoten, kan ervoor zorgen dat uw urine en ontlasting de eerste dagen na de operatie blauwgroen van kleur zijn. Ook op de plaats waar de injectie is gezet, kan uw huid blauw kleuren. Deze verkleuring kan nog een jaar te zien zijn. Door de blauwe vloeistof kunt u er na de operatie grauw uitzien.

Uitslag
Op het laboratorium onderzoekt de patholoog de verwijderde schildwachtklier en het verwijderde huidweefsel. De specialist bespreekt de uitslag met u als u voor controle naar de polikliniek komt.

Naar huis: waar moet u op letten?
U mag 1 dag na de operatie naar huis. Zorg ervoor dat iemand u naar huis brengt, u kunt nog niet zelfstandig aan het verkeer deelnemen.

Leefregels
Zorg ervoor dat de wond de eerste 2 dagen droog blijft, daarna kunt u weer douchen. Spoel de wond goed af, zodat er geen zeepresten achterblijven. Daarna kunt u de wond droogdeppen en bedekken met een verbandgaas. Na 2 weken mag u weer in bad en zwemmen.
Gedurende de eerste dagen is het raadzaam het rustig aan te doen. Gun uzelf de tijd om bij te komen van de operatie. Welke activiteiten en beweging u beter nog even kunt laten, is afhankelijk van de plek waar de huidafwijking zich bevond. Uw specialist bespreekt dit met u.

Controle op de polikliniek
Ongeveer 1 week na de operatie komt u naar de polikliniek Heelkunde voor de uitslag van het onderzoek naar kwaadaardige cellen in de schildwachtklier en het weefsel van uw huid. Ook de wond wordt gecontroleerd. Voor deze controle krijgt u een afspraak mee.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt in de periode voor uw controle op de polikliniek, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.
  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • roodheid en/of zwelling van het operatiegebied;
  • nabloeding;
  • toename van pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.
Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u die stellen aan uw behandelend specialist of uw huisarts. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 17.00 naar de polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.

Context menu