Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Anussparende endeldarmoperatie (TEM)

Anussparende endeldarmoperatie (TEM)

TEM (Transanale Endoscopische Microchirurgie) is een operatietechniek waarbij afwijkingen in het slijmvlies van de endeldarm via de anus verwijderd kunnen worden. De endeldarm is het laatste deel van de darm. De afwijking  moet tussen de 4 en 15 centimeter van de anus gelegen zijn. Zit deze verder verwijderd van de anus, zal een operatie via de buik gedaan worden. TEM wordt toegepast bij goedaardige afwijkingen (poliepen) in de endeldarm waarbij het niet mogelijk is deze tijdens het onderzoek (geheel) te verwijderen. Bij kwaadaardige tumoren in de endeldarm kan het toegepast worden in een heel vroeg stadium. De tumor zit dan alleen in het slijmvlies en er zijn geen aanwijzingen voor uitzaaiingen in de lymfeklieren.

Aanvullend onderzoek
Voordat duidelijk is of  TEM een geschikte operatie voor u is wordt vaak een sigmoïdoscopie en een endo-anale echo gedaan. Bij een sigmoïdoscopie wordt een buisje via de anus in uw endeldarm gekeken. De specialist kijkt of de operatie bij u technisch uitvoerbaar is. Bij een endo-anale echo wordt met een flexibele buis met een echoapparaatje gekeken naar de precieze omvang van de afwijking en naar de eventuele doorgroei in de  lagen van de darmwand. Voor beide onderzoeken is het nodig dat het laatste deel van uw darm schoon is. Daarom krijgt u voor beide onderzoeken een recept voor twee klysma’s mee.
 
Voorgestelde behandeling
Als uit de onderzoeken blijkt dat de TEM bij u gedaan kan worden bespreekt de specialist de operatie met u. En bespreekt met u of u al de dag voor de operatie wordt opgenomen, of op de dag van de ingreep. Dat hangt af van de mate van laxeren voor de operatie.

Risico’s en complicaties
Bij elke operatie is er een kans op complicaties zoals nabloeding,  infectie, trombose, longontsteking, blaasontsteking. Een specifieke complicatie die zelden voorkomt is dat er een opening naar de vrije buikholte ontstaat, een perforatie. Dan kan het nodig zijn om direct over te gaan tot een buikoperatie om het probleem om te lossen. Daarbij kan het nodig zijn om ook een (tijdelijk) stoma aan te leggen. Hoewel het zeer zelden voorkomt kan een ontsteking of slechte genezing het later nog aanleggen van een stoma nodig maken. Deze is dan meestal van tijdelijke aard.

Voorbereiding

Gesprek casemanager GE
De verpleegkundige bespreekt met u uw conditie, de opname, ingreep en het herstel. Ook eventuele extra zorg. Zij is uw contactpersoon en heeft telefonisch spreekuur waarop u haar kunt bereiken.

Pre-operatieve screening
Voor de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie(narcose en/of verdoving) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij u hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Meenemen
Wilt u het volgende meenemen naar het ziekenhuis:

  • Uw patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt, verkrijgbaar bij uw apotheek.   Houd het bij u omdat er in het ziekenhuis meerdere keren om gevraagd wordt.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.

Laat waardevolle spullen en sieraden thuis.

Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich kunt melden bij de balie van verpleegafdeling C2.
Dag voor de operatie
De verpleegkundige ontvangt u en maakt u wegwijs op de afdeling. Volgens voorschrift van de specialist wordt u gelaxeerd. U mag gewoon eten tot en met de avondmaaltijd. Daarna mag u alleen heldere dranken drinken.

Dag van Operatie
De medicijnen mag u volgens afspraak met water innemen. De verpleegkundige bereidt u voor. U krijgt operatiekleding om aan te trekken. In uw bed wordt u gebracht naar de operatieafdeling. De anesthesioloog dient bij u de verdoving toe, zoals afgesproken is tijdens de preoperatieve screening. Via het infuus krijgt u antibiotica en er wordt een blaaskatheter ingebracht.

Operatie
Tijdens de operatie wordt een buis via de anus ingebracht. De darm wordt gevuld met lucht en  met speciale instrumenten wordt de afwijking verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht. Het weefsel dat verwijderd is, wordt nader onderzocht op het laboratorium.

Duur
De operatie duurt 2 tot 3 uur.
 
Na de operatie
Meteen na de operatie gaat u voor observatie naar de uitslaapkamer. De specialist belt met uw contactpersoon om te vertellen hoe de operatie verlopen is. Als u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Hier krijgt u vocht toegediend via een infuus. U mag direct eten en drinken. Zodra u zelf weer voldoende eet en drinkt, zal het infuus worden verwijderd. U mag zelf douchen, naar het toilet, lopen enzovoort. U krijgt een laxeermiddel om verstopping te voorkomen. De eerste dag na de operatie wordt de blaaskatheter verwijderd. U mag tijdens de opname geen zetpillen gebruiken.

Naar huis
Na 1-3 dagen bent u voldoende hersteld en mag u naar huis. Bloedverlies is normaal tot 2 weken na de operatie. Na de operatie kan de anus gevoelig zijn. Ook kan het zijn dat u de ontlasting niet goed kunt ophouden. Dit kan tot 2 weken na de operatie aanhouden.

De uitslag
De uitslag van het weefselonderzoek is ongeveer 5 werkdagen na de operatie bekend. U bent dan wellicht al thuis. U krijgt een afspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek op de polikliniek.

Leefregels

  • U krijgt een recept mee voor laxeermiddelen en eventueel voor pijnstilling.
  • Eet vezelrijke voeding. Drink dagelijks 2 liter om de ontlasting soepel te houden.
  • Ga naar het toilet wanneer u aandrang voelt. Hou het toiletbezoek kort! Pers niet.
  • U kunt uw dagelijkse activiteiten oppakken, luister naar uw lichaam wat wel en niet kan.
  • Vermijd sporten en zwaar tillen tot aan het eerste controlebezoek.

Controle op de polikliniek
U krijgt bij ontslag een afspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek en controle na de operatie.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt in de periode voor uw eerste controle op de polikliniek, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Buiten kantooruren belt u de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • infectie van de wond;
  • nabloeding;
  • hevige (buik)pijn en misselijkheid;
  • als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen/verhinderd?
Hebt u vragen, stel ze dan gerust aan uw behandelend specialist of verpleegkundige. De casemanagers GE zijn Marjan Raats, Sandra Oosterlaar, Ans Mensink en Bertien Smeenk. Bereikbaar op dinsdag en donderdag van 13.00 tot 14.00 uur, via tel.: (0570) 53 53 72. Onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door aan de polikliniek Heelkunde. Bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur, tel.: (0570) 53 50 60. 
 
Meer informatie
www.dz.nl/heelkunde

Context menu