Acute verwardheid
Informatie voor partner, familie en andere relaties
Uw partner, familielid, vriend(in) of kennis is in het ziekenhuis opgenomen vanwege een ziekte, ongeval en/of voor een operatie. Zoals u misschien al hebt gemerkt, reageert hij/zij anders dan u gewend bent. Mogelijk bent u geschrokken van de situatie. In deze folder leest u meer over de tijdelijke acute verwardheid die ook wel ‘delirium’ wordt genoemd.
Wat is acute verwardheid?
Acute verwardheid is een soort kortsluiting in de hersenen. Deze tijdelijke verwardheid treft vaak hoog bejaarden en ouderen die één of meer langdurige ziekten hebben of verschillende medicijnen gebruiken. Mogelijke oorzaken zijn ‘grote’ operaties, ziekten aan het hart of longen, ontstekingen, infecties en stoornissen in de stofwisseling. Ook angst en/of te weinig slaap kan bijdragen aan het ontstaan van acute verwardheid. Zodra de lichamelijke situatie verbetert, verdwijnt de acute verwardheid meestal. De verwardheid kan enkele uren tot dagen duren.
Verschijnselen van acute verwardheid
- De patiënt ervaart de werkelijkheid anders. Soms hoort of ziet hij of zij dingen die er niet zijn, zoals stemmen en andere geluiden, maar ook beestjes. Voor de patiënt zijn de stemmen en de beestjes echt. Niemand kan dat de patiënt uit het hoofd praten.
- De oriëntatie in tijd, plaats en persoon kan afnemen. De patiënt weet niet meer zo goed waar hij of zij is, is niet meer ‘bij de tijd’. De patiënt is de grip op zichzelf en de omgeving kwijt. Hij of zij kan daardoor angstig, achterdochtig of agressief zijn.
- Het is soms moeilijk een gesprek te voeren. De patiënt begrijpt u niet en denkt ergens anders te zijn.
- De patiënt kan vergeetachtig zijn. Iets wat u net hebt verteld kan hij of zij na korte tijd weer zijn vergeten. Dit is een onbewust proces.
- Ook kan de aandacht afnemen, de patiënt kan dromerig zijn. Dingen gaan langs hem of haar heen.
- De patiënt kan zich terugtrekken, zelfs passief zijn.
- Ook is het mogelijk dat de patiënt onrustig en plukkerig is, uit bed stapt en naar huis wil. De verschijnselen beginnen vaak plotseling en kunnen op de dag sterk wisselen. Vaak zijn ze 's avonds en 's nachts het sterkst.
De behandeling van acute verwardheid
De arts probeert zo snel mogelijk de oorzaak vast te stellen en te behandelen. Komt verwardheid na een operatie voor, dan verdwijnen de verschijnselen meestal binnen 3 tot 5 dagen. Om verschijnselen zoals angst, ernstige onrust en agressie zoveel mogelijk te onderdrukken, schrijft de behandelend arts vaak tijdelijk medicijnen voor. Bij patiënten die een gevaar voor zichzelf vormen, bijvoorbeeld valgevaar, kans op uitputting of complicaties, kan het nodig zijn hem of haar tijdelijk in een band te leggen. Als het mogelijk is, wordt het toepassen van de band eerst met de contactpersoon overlegd. In acute situaties kan dat niet altijd en wordt de contactpersoon achteraf op de hoogte gesteld. In deze tijd is extra aandacht nodig voor het voorkomen van complicaties zoals uitdroging. Vaak wordt de geriater en/of de verpleegkundig consulent Geriatrie betrokken bij de behandeling.
Op bezoek bij iemand met acute verwardheid
In de communicatie met een verwarde patiënt is een aantal zaken van belang. Als u onderstaande adviezen opvolgt, reageert de patiënt vaak minder onrustig en verbetert uw contact met hem of haar.
- Als u op bezoek komt en de patiënt herkent u niet, vertel dan wie u bent. Herhaal dit eventueel.
- Spreek rustig en met korte zinnen.
- Stel eenvoudige vragen, bijvoorbeeld “hebt u lekker geslapen?” En niet “hebt u lekker geslapen of bent u steeds wakker geweest?”
- Bezoek is belangrijk maar niet meer dan 2 personen. Teveel bezoek of een bezoek dat te lang duurt, is voor de patiënt vermoeiend en verwarrend.
- Ga, als u met 2 personen op bezoek komt, aan één kant van het bed of de stoel zitten. De patiënt kan zich dan op één punt richten.
- Let er op dat de patiënt als dat nodig is zijn bril en/of gehoorapparaat gebruikt.
- Als de patiënt aangeeft andere mensen te zien die er niet zijn, ga hier dan niet tegenin, maar vertel wel dat u ze niet ziet.
- Praat met de patiënt over bestaande personen en echte gebeurtenissen.
- Probeer de patiënt te betrekken bij het hier en nu door de buurt- of stadskrant mee te nemen en er stukjes uit voor te lezen.
- Neem foto’s mee om de patiënt te oriënteren en herkenningspunten aan te reiken.
- Als de patiënt erg onrustig is, kan de verpleegkundige u vragen om te blijven. Dit om te voorkomen dat de patiënt bijvoorbeeld valt of het infuus ‘per ongeluk’ verwijdert.
Vragen?
Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, dan kunt u zich wenden tot de verpleegkundige van de afdeling waar uw partner, familielid of andere relatie is opgenomen. Indien nodig kan de verpleegkundige een gesprek regelen met een verpleegkundig consulent van de afdeling Klinische Geriatrie.


