Keelamandeloperatie

Binnenkort komt u naar het Deventer Ziekenhuis voor een keelamandeloperatie (tonsillectomie). In deze folder leest u meer over de gang van zaken rond de operatie.

Wat zijn keelamandelen?
Keelamandelen bestaan uit lymfeklierweefsel. De amandelen zitten links en rechts in uw keel tussen twee weefselplooien in de zogenaamde keelamandelnissen. De huig, het aanhangsel van het zachte gehemelte, hangt midden tussen de keelamandelen in. Zoals alle lymfeklieren in ons lichaam werken de keelamandelen mee met het onschadelijk maken van ziektekiemen die het lichaam binnendringen. Soms zijn ze hier niet meer toe in staat omdat ze ontstoken raken. De amandelen vormen dan zelf een infectiebron. Hierdoor kunt u regelmatig ziek worden. Op grond van uw klachten is na overleg met de KNO-arts besloten tot het verwijderen van de keelamandelen. De operatie gebeurt onder narcose.

Melden
U hoort de dag voor de operatie hoe laat en waar u zich moet melden. Een verpleegkundige van de afdeling belt u om dit te vertellen. U hoort dan ook vanaf hoe laat u nuchter moet blijven. Maakt u gebruik van een antwoordapparaat, luister dat dan helemaal af. Neem uw patiëntenpas en eventueel uw medicijnlijst mee.

De voorbereiding

  • Meld uw arts of u en/of uw familieleden last hebben van storingen in de bloedstolling. Dat kan blijken uit wondjes die lang nabloeden en snel grote blauwe plekken krijgen.  
  • Meld ook als u overgevoelig bent voor bepaalde stoffen of in het verleden een nare ervaring hebt gehad tijdens een operatie. 
  • Voor de operatie wordt u onderzocht door de anesthesioloog. Dit heet de preoperatieve screening. U moet zich melden bij de polikliniek Anesthesiologie ( route 91). Tijdens de pre-operatieve screening zullen de  anesthesiemedewerker en de anesthesioloog de anesthesie met u doorspreken ( algehele narcose of een plaatselijke/regionale verdoving) en zo nodig aanvullend onderzoek doen.
  • De polikliniekassistent bespreekt met u de dag waarop de operatie plaatsvindt. U moet nuchter zijn voor de operatie: na 24.00 uur 's nachts niet meer eten, drinken en roken. Volg de instructies op van de verpleegkundige die u belt.
  • Vanaf 14 dagen voor de operatie mag u geen acetylsalicylzuur-houdende medicijnen gebruiken. Dit zit onder andere in aspirine, sinaspril, acetocal, aspro, darosal, rhonal, a.p.c., alka seltzer, dolviran. Deze medicijnen schrijft een arts meestal voor als pijnstiller maar ook voor het verlagen van de koorts. Als bijwerking verdunnen ze ook het bloed waardoor na de operatie de kans op nabloeden groter wordt. Medicijnen die paracetamol bevatten, kunt u gewoon doorgebruiken, bijvoorbeeld: paracetamol, panadol, finimal, momentum, hedex, sinaspril paracetamol, witte kruis, daro, saridon.

De operatie
De anesthesioloog geeft u narcose. Via de mond pelt de KNO-arts de keelamandelen uit de keelamandelnissen. De bloedvaatjes worden zonodig elektrisch dichtgebrand. De wond die ontstaat geneest vanzelf en wordt dus niet gehecht.

Na de operatie
Om te zorgen dat u voldoende vocht krijgt, hebt u na de operatie een infuusnaaldje in uw arm. U houdt dit infuus totdat u voldoende drinkt en hebt geplast. Als u bijkomt uit de narcose doet uw keel pijn, alsof u een keelontsteking hebt. Soms straalt de pijn uit naar de oren of het voorhoofd. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met u doorgesproken tijdens de preoperatieve screening door de anesthesiemedewerker/anestesioloog. De beide amandelnissen worden door het slikken schoongemasseerd. De kans op nabloeden wordt hierdoor verminderd. Drink daarom vaak kleine slokjes. Er kan nog wat bloed uit de amandelnissen komen. Het is beter dat u dit doorslikt, uitspugen mag ook als u uw keel maar niet schraapt. Na enkele dagen ontstaat er een wit beslag op de plek waar de keelamandelen hebben gezeten. Hierdoor hebt u mogelijk een vieze smaak in uw mond. Dit beslag is na ongeveer een week verdwenen. De eerste dagen hebt u pijn bij het slikken. De pijn kan ook naar uw oren trekken. Paracetamol-zetpillen kunnen helpen, maar kauwgum helpt vaak ook. De eerste weken kunt u nog wel een strak gevoel hebben, bijvoorbeeld als u moet gapen.

Duur
De operatie duurt ongeveer 30 minuten. Normaal duurt de opname twee dagen.

Voeding

  • Op de dag van de operatie mag u alleen koude dranken nemen.
  • De eerste dagen na de operatie mag u alleen koud eten.
  • In het ziekenhuis krijgt u vloeibare voeding (koud).
  • De derde dag na de operatie kunt u beginnen met zachte voeding. Hou dit vol tot aan het eind van de eerste week.
  • De tweede week mag u weer normaal eten. Gebruik de eerste twee weken nog geen hard en scherp eten en drinken, zoals sinaasappelsap, tomatensap en sterk gekruide spijzen.

Activiteiten

  • Doe de eerste week nog rustig aan. Ga niet heet douchen, zonnen of op de zonnebank. Gebruik de eerste twee weken geen alcohol en ook geen aspirine.
  • Als alles goed gaat, kunt u na twee weken weer naar uw werk of naar school.
  • Ga pas na drie weken weer zwemmen.

Risico's of complicaties
Een lichte temperatuursverhoging is normaal. De kans op een nabloeding is klein. Het komt bij 1 op de 200 patiënten voor. Een nabloeding is niet ernstig, maar wel vervelend. Een adequate behandeling in het ziekenhuis is nodig. Mocht de nabloeding thuis optreden, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de Spoedpost, telefoon: (0570) 53 53 00.

Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, stel ze dan tijdens het volgend polikliniekbezoek of bel naar de polikliniek KNO-heelkunde van 8.00 - 12.00 en 13.30 - 16.30 uur, telefoon: (0570) 53 50 95. Als u wilt, kunt u een afspraak maken om uw vragen te bespreken.

Zie ook: veel gestelde vragen bij keelamandeloperatie

zoeken
patiënt