Trombosebeen

Wat is een trombosebeen?
Men spreekt van een trombosebeen als er een bloedprop (bloedstolsel) is ontstaan in de diepe, tussen de spieren van het been gelegen aders. De aders in het been zorgen ervoor dat het bloed wordt afgevoerd naar het hart. Doordat er in deze aders een bloedstolsel is ontstaan, kan het bloed niet goed worden afgevoerd en ontstaat er stuwing. Door deze stuwing zwelt het been op, wordt de huid strak gespannen, glanzend en rood en ontstaan er spierklachten.

Wat zijn de oorzaken van een trombosebeen?
Een trombosebeen kan door verschillende oorzaken ontstaan. Een veel voorkomende oorzaak is een beschadiging van de ader door bijvoorbeeld een operatie, botbreuk of spierblessure. Door langdurige bedrust, lange vliegreizen of door dichtdrukken van de ader van buitenaf, kan het bloed te langzaam gaan stromen en is er een verhoogde kans op het ontstaan van een trombosebeen. Ook kan het bloed zelf een verhoogde stollingsneiging hebben. Dit kan aangeboren zijn door bepaalde afwijkingen in het stollingssysteem, maar kan ook ontstaan door bijvoorbeeld zwangerschap en kraambed. Bij ongeveer de helft van de patiënten met een trombosebeen wordt nooit een oorzaak gevonden.

Hoe wordt een trombosebeen aangetoond?
De klachten die bij een trombosebeen optreden, kunnen ook bij andere ziekten optreden. Om het bestaan van trombose aan te tonen dan wel uit te sluiten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Bij mensen met een verdenking op een trombosebeen wordt eerst de voorafkans op het bestaan van trombose berekend. Wanneer de voorafkans laag is, wordt bloedonderzoek verricht. Hierbij wordt de concentratie van D-dimeren bepaald, stofjes die vrij komen uit een bloedstolsel. Als de concentratie van deze D-dimeren normaal is en de voorafkanslaag, dan is een trombosebeen uitgesloten en hoeft er geen echo te worden gedaan.  Als de voorafkans op trombose of de D-dimeerspiegel in het bloed hoog is, wordt echografisch onderzoek van de beenvaten verricht. Als de echo een trombose laat zien, dan is de diagnose gesteld en wordt met de behandeling gestart (zie onder). Als de echo normaal is, is trombose uitgesloten. De aanwezige verhoging van de D-dimeren kan ook komen door andere oorzaken, bijvoorbeeld door een infectie of operatie.

Wat kunnen de acute gevolgen zijn van een trombosebeen?
Het stolsel in de ader van het been kan groter worden en er kunnen stukjes afbreken. Deze stukjes bloedstolsel kunnen met de bloedstroom worden meegevoerd en uiteindelijk in de long terechtkomen. Dit heet dan een longembolie. De klachten die bij een longembolie kunnen passen zijn: kortademigheid, pijn bij het zuchten en hoesten. Deze klachten moeten altijd aan de behandelend arts worden gemeld.

Hoe is een trombosebeen te behandelen?
De behandeling van een trombosebeen is erop gericht uitbreiding van het bloedstolsel en het ontstaan van een longembolie te voorkomen. Daarom moet stolselvorming direct worden gestopt. Dit gebeurt door een antistollingsmiddel (laagmoleculair-gewichtsheparine) toe te dienen via een spuitje onder de huid. Deze behandeling duurt 5 tot 7 dagen.

Tegelijkertijd met het starten van de laagmoleculair-gewichtsheparine worden er ook tabletten acenocoumarol voorgeschreven, een ander antistollingsmiddel. Als deze tabletten goed zijn ingesteld, meestal na 5 tot 7 dagen, worden de spuitjes met laagmoleculair-gewichtheparine gestopt. De behandeling met acenocoumarol duurt 3 tot 6 maanden, soms langer, afhankelijk van de oorzaak van het trombosebeen. Tijdens deze behandeling zal er regelmatig bloed worden gecontroleerd door de trombosedienst.

Tijdens deze controles wordt de stolbaarheid van het bloed bepaald (uitgedrukt in de zogenaamde “INR”). Indien het bloed er te lang over doet om te stollen bestaat er een kleine kans op bloedingen. De trombosedienst zal dan adviseren om minder tabletten te nemen. Indien het bloed te snel stolt, bestaat er een kleine kans dat de trombose weer terugkomt. De trombosedienst zal dan adviseren om meer tabletten te slikken.

Een trombosebeen kan behoorlijk pijnlijk zijn. Indien u pijnstillers wilt nemen dient dit bij voorkeur paracetamol al dan niet gecombineerd met codeïne te zijn. Andere pijnstillers kunnen het antistollende effect van de voorgeschreven behandeling versterken met een risico op spontane bloedingen. Indien paracetamol onvoldoende werkt is het raadzaam met uw behandelend arts te overleggen.

Kan een trombosebeen ook thuis behandeld worden?
Patiënten die een trombosebeen hebben, kunnen thuis worden behandeld. De spuitjes kunnen na instructie door de behandelend arts of verpleegkundige door uzelf, uw partner, bekenden of door de wijkverpleegkundige worden toegediend. Tegelijkertijd wordt er gestart met de acenocoumarol. De trombosedienst neemt bloed af voor het bepalen van de INR. Als deze INR 2x achter elkaar de gewenste waarde heeft bereikt, zal de trombosedienst u laten weten dat u met de spuitjes laagmoleculair gewichtheparine kunt stoppen. Indien u een toename van de pijnklachten van het been krijgt, kortademig wordt of pijn op de borst krijgt, is het verstandig contact op te nemen met uw behandelend arts. Dit geldt ook indien u bloeduitstortingen krijgt of als u ergens bloed verliest.

Is bedrust nodig in de acute fase van een trombosebeen?
Het is raadzaam de eerste 24 uur nadat het trombosebeen is vastgesteld rustig aan te doen. Gaat het goed en de klachten laten het toe, dan mag u geleidelijk aan steeds meer dagelijkse bezigheden oppakken. Langdurig staan en zwaar tillen moet vermeden worden. Als er veel vocht in het been zit kan zwachtelen dit tegen gaan; ook is het raadzaam het been hoog te leggen. Als het goed gaat zijn na een tot twee weken de ergste klachten verdwenen. Nemen de klachten toe dan moet u dit altijd aan de behandelend arts melden.

Wat kunnen de gevolgen op lange termijn van een trombosebeen zijn?
Het stolsel in uw been kan de bloeddruk in de aderen (blijvend) verhogen; tevens kunnen de kleppen in de aderen beschadigd raken. Daardoor kan het bloed minder goed uit het been wegstromen; dit geeft pijnklachten of een moe gevoel in de benen. Op den duur kunnen spataders ontstaan of kan de huid verkleuren. De medische term hiervoor is posttrombotisch syndroom. Om deze klachten zoveel mogelijk te voorkomen is het belangrijk een op maat aangemeten kous te dragen voor een periode van minimaal twee jaar.

Zijn er nog beperkingen voor de toekomst?
Het merendeel van de patiënten zal weinig klachten overhouden aan een trombosebeen. Bij patiënten die wel klachten houden is het belangrijk zoveel mogelijk een steunkous te dragen en langdurig staan te vermijden. Sporten is geen enkel bezwaar, alleen krachtsporten en gewichtheffen, die een zware statische belasting voor het been vormen, dien vermeden te worden. Wandelen, fietsen, hardlopen en zwemmen vormen over het algemeen geen probleem bij patiënten die een trombosebeen hebben gehad.

Meer informatie

 

zoeken
patiënt