Slijtage van de heup
Folders
Specialismen
Meer info
- Geen problemen kunstheupen in Deventer
- Niet operatieve behandeling heupartrose
- Operatieve behandeling van heupartrose
- Heupprothese

Het kraakbeen van het heupgewricht kan worden aangetast door slijtage (artrose). Kenmerkend voor artrose is dat de hoogte van de kraakbeenlaag afneemt en het gewricht meer op elkaar komt te zitten. Artrose van het heupgewricht wordt coxartrose genoemd.
Primaire en secundaire artrose
We onderscheiden 2 typen artrose van de heup: de primaire artrose, en de secundaire artrose. Secundair betekent: later optredend bij een reeds bestaande afwijking. Voorbeelden van zo'n reeds bestaande afwijking zijn: aangeboren heupafwijkingen, eerdere heupontstekingen, specifieke ziekten van de heup op de kinderleeftijd zoals de ziekte van Perthes en de epifysiolysis capitis femoris, een doorgemaakt trauma zoals een fractuur (een gebroken heup) of een luxatie (uit de kom schieten van de heup), een heupkopnecrose (het afsterven van de heupkop).
Bij de primaire artrose is er sprake van een geleidelijke min of meer regelmatige vermindering van de hoogte van de kraakbeenlaag van de heup kop. Deze vorm zien wij veelal bij oudere vrouwen.
De secundaire artrose kan al op jongere leeftijd optreden, afhankelijk van de reeds bestaande afwijking. Bekend is de aangeboren afwijking van de vorm van de heupkom, de heupkom is dan te ondiep aangelegd (dysplasie). Wanneer deze afwijking niet goed op de kinderleeftijd is behandeld kan er vanaf het 30e jaar al een artrose optreden. Soms is de behandeling te laat ingesteld, maar soms kan na een goede behandeling toch een blijvende afwijking van de heupkop blijven bestaan. Bij de secundaire artrose zien wij niet alleen een vermindering van de hoogte van het kraakbeen, maar ook botwoekeringen aan het gewricht (osteofyten)
Klachten bij artrose
Deze slijtage van het kraakbeen kan pijn en stijfheid veroorzaken, vooral bij het opstaan uit bed of van een stoel, of bij het instappen van een auto en bij het traplopen. Deze klachten noemen wij startklachten.
Pijn bij heupartrose wordt veelal aangegeven in de lies en bovenbeen met uitstraling naar de bil en de knie. Sommige patiënten geven met name veel pijn aan in de knie, maar hebben een goede kniefunctie gecombineerd met een slechte heupfunctie. Helaas wordt bij deze laatste groep patiënten de diagnose heupartrose nog al eens gemist en pas in een laat stadium gesteld.
Het bewegen van de heup wordt geleidelijk aan steeds pijnlijker en moeilijker, en er ontstaat een mankend looppatroon. Algemene zaken zoals het aandoen van schoenen en veters strikken worden moeilijker. Deze klachten kunnen steeds vaker voorkomen, langer aanhouden en erger worden. Ook kan de pijn zodanig zijn dat uw slaap verstoord wordt. Wanneer de heupartrose langer bestaat, kunnen zich verkortingen van kapsel en omgevende spieren ontwikkelen, de zogenaamde contracturen. Hierdoor kan het been geleidelijk aan een naar buiten gedraaide stand aannemen. Dit is het duidelijkst te zien aan de voet in staande positie. Ook lijkt het alsof het been steeds korter wordt. Dat is natuurlijk niet zo, maar door de contractuur van de spieren wordt het bovenbeen tegen de onderrand van het bekken aangetrokken, en er kan een scheefstand van het bekken ontstaan. Opvallend is dat fietsen vaak lang mogelijk blijft, omdat hierbij maar een beperkt traject van de heupbeweeglijkheid gebruikt wordt.

