Een nieuwe heup

In overleg met de orthopedisch chirurg hebt u besloten tot een heupoperatie. Uw heupgewricht wordt vervangen door een prothese, een kunstheup. U komt in het programma Snel Herstel. Voor deze operatie verblijft u ± 4 dagen in het ziekenhuis. Het herstel vergt doorzettingsvermogen van u en van de mensen om u heen. Met een goede voorbereiding kunt u zelf bijdragen aan een vlot herstel. In deze brochure leest u meer over slijtage van de heup, het vervangen van het heupgewricht door een kunstheup evenals de zorg vóór en ná de operatie. Neem de tijd en de rust om deze informatie te lezen.

Inhoud

 

  1. Het heupgewricht
  2. Slijtage (artrose) 
  3. Klachten 
  4. Het polikliniekbezoek 
  5. Pre-operatieve screening
  6. Transmuraal Logistiek Bureau (TLB)
  7. Voorlichtingsbijeekomst 
  8. Instructiemiddag
  9. De opname
  10. Verdoving (anesthesiologie)
  11. Dag van de operatie
  12. De operatie
  13. Na de operatie 
  14. Complicaties
    - complicaties door bedrust 
  15. Nazorg /revalidatie
  16. Een verblijf in een verzorgingshuis, of De Bloemendal
  17. Medicijnen
  18. Controle 
  19. Leefregels
  20. Hoe u zich thuis het beste kunt voorbereiden
    aanpassingen 
    - h
    ulp regelen
  21. Contactpersoon
  22. Vragen? 
  23. Adressen
  24. Website
     

1. Het heupgewricht
Het heupgewricht bestaat uit een kop en een kom. De halfronde kom bevindt zich in het bekkenbot, de bolronde kop zit aan de bovenzijde van het bovenbeen. De kop en de kom zijn normaal bedekt met glad en veerkrachtig kraakbeen. De botdelen van het gewricht blijven op hun plaats door een stevig kapsel. Om dit kapsel heen bevinden zich pezen en spieren. De spieren zorgen voor de beweeglijkheid van het gewricht; de benige gedeelten voor stevigheid.



2. Slijtage (artrose)
Er wordt gesproken van slijtage als het kraakbeen is aangetast en het bewegen pijn doet. Bij de meeste vormen van slijtage is niet bekend wat precies de oorzaak is. Het komt in ieder geval niet door veel en hard werken. Soms is de oorzaak een reumatische ontsteking van het gewricht.


3. Klachten
Pijn is het belangrijkste signaal. Dit kunt u voelen in de lies, maar de pijn kan ook uitstralen naar de bilstreek en het bovenbeen. Soms zelfs naar de knie en het onderbeen. De pijn is meestal knagend, maar verergert door bewegen. Ook ‘s nachts kunt u pijn voelen. Stijfheid merkt u bij het uit bed stappen of als u opstaat uit de stoel. Het lopen wordt moeilijker alsook traplopen en bukken. Het fietsen gaat op een gegeven moment ook niet meer.

4. Het polikliniekbezoek
Op de polikliniek Orthopedie vult de assistent met u verschillende formulieren in voor de opname, nazorg en eventuele botdonatie. Voor een algeheel lichamelijk onderzoek (pre-operatieve screening) krijgt u een afspraak mee.

5. Pre-operatieve screening
U wordt onderzocht door de anesthesist op de polikliniek Anesthesiologie (route 91). Zonodig krijgt u aanvullend onderzoek zoals een hartfilmpje (ECG) en/of een longfoto. Uiteindelijk moet deze specialist (bijvoorbeeld een internist) zijn goedkeuring geven voor de operatie. Vertel de arts als u ergens allergisch voor bent. Gebruikt u antistollingsmiddelen, overleg dan wanneer u daarmee moet stoppen. U krijgt ook een gesprek met de apothekersassistente over uw thuismedicatie.

6. Transmuraal Logistiek Bureau (TLB)
Als om medische of sociale redenen ook na de ziekenhuisopname zorg nodig is, regelt een medewerker van het TLB dat bij de preoperatie screening voor u. Samen met u inventariseert en bespreekt hij/zij de mogelijkheden. Het TLB zorgt voor de indicatiestelling door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en regelt de zorginzet voor u.

7. Voorlichtingsbijeenkomst
Bij een goede voorbereiding hoort ook een bezoek aan de voorlichtingsbijeenkomst. Op de avond krijgt u informatie van een orthopedisch chirurg. Een afdelingsverpleegkundige vertelt over de nazorg. Ook kunt u dan eventueel uw vragen stellen. Eén keer per 3 weken is er een voorlichtingsavond voor de heup- en knieprothese. Uw uitnodiging zit in de informatiemap die u hebt gekregen. De aanmelding mag u inleveren bij de secretaresse op de poli, of terugsturen in de antwoordenveloppe.


8. Instructiemiddag
Ongeveer 2 à 3 weken vóór de operatie krijgt u een uitnodiging voor een intakegesprek met de afdelingsverpleegkundige. Op deze donderdagmiddag krijgt u ook instructies van de fysiotherapie en ergotherapie. U ontvangt vanzelf voor deze middag schriftelijk een uitnodiging.
 
9. De opname
De dag vóór de opname belt de secretaresse van de verpleegafdeling u na 15 uur om door te geven waar en hoe laat u wordt verwacht. U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling. Wilt u begeleiding, vraag dan gerust een gastvrouw om met u mee te gaan. De gastvrouwen bevinden zich midden in de centrale hal bij het Info- en Servicepunt. Neem uw looprekje en krukken mee voorzien van eigen naam.

10. Verdoving (anesthesiologie)
De operatie vindt meestal plaats onder regionale verdoving met een ruggenprik. Dit bespreekt de anesthesioloog met u. Tijdens de operatie ziet u niet wat er gebeurt. U kunt via een koptelefoon naar muziek luisteren. De operatiegeluiden hoort u dan niet. U mag uw eigen cd’s meenemen, voorzien van uw naam en afdeling. Als u tijdens de operatie wilt slapen, dan kunt u dit bespreken met de anesthesioloog.

11. Dag van de operatie
Om na de operatie misselijkheid te voorkomen, moet u op de dag van de operatie nuchter blijven. Dit betekent dat u na 24.00 uur ’s nachts niet meer mag eten, drinken en roken (u mag wel wat water drinken tot 2 uur voor de operatie). Op de ochtend van de operatie kunt u zich gewoon douchen. Gebruik geen bodylotion of iets dergelijks. Op de afdeling krijgt u een korte rondleiding en worden uw gegevens gecontroleerd. U krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is dan het enige dat u aan mag hebben.

12. De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zelf overschuiven op een operatiebed. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. U krijgt steriele doeken over u heen. Na het desinfecteren van het te opereren gebied maakt de orthopedisch chirurg een snee aan de buitenzijde van het bovenbeen. Na het openen van het gewrichtskapsel haalt hij de kop uit de kom. De kop van het bovenbeen wordt afgezaagd en de kom wordt schoongemaakt. In deze kom krijgt u de nieuwe kom en in het bovenbeen met een metalen pen: de nieuwe heupkop. De pen en kom worden bevestigd met of zonder botcement, afhankelijk van de soort prothese. De orthopedisch chirurg sluit de wond en laat 2 of 3 slangetjes (drains) achter die het wondvocht afzuigen. Dit bloed krijgt u weer terug, (zie folder retransfusie). Om infecties te voorkomen krijgt u antibiotica via het infuus. De operatie zelf duurt ongeveer 5 kwartier. Direct na de operatie verblijft u enige tijd in de nabehandelingkamer (uitslaapkamer). Als de controles zoals bloeddruk en hartslag goed zijn, dan gaat u terug naar de afdeling.

13. Na de operatie
Terug op de afdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon. Verder komt de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, de hartslag en het wondgebied controleren. Geef tijdig aan als u (meer) medicijnen tegen de pijn en eventuele misselijkheid wilt. Na 1 dag verwijdert de verpleegkundige de drains, afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht. Vanaf de 1e dag komt de fysiotherapeut bij u om u oefeningen te laten doen in bed. De verpleegkundige zal u dan op de stoel helpen. Vanaf deze dag gaat u in uw eigen kleding uit bed. Neem dus makkelijke kleding mee, ook onderbroekjes die niet te strak zitten. De 1e dag na de operatie krijgt u begeleiding bij het lopen. Eerst met een looprekje en, indien noodzakelijk daarna nog, met krukken. Neem deze voorzien van uw naam mee naar het ziekenhuis. Na 4 dagen kunt u met ontslag als:

  • u veilig in uw vervolgsituatie met hulpmiddel kunt mobiliseren; 
  • u met hulp in en uit bed kunt;
  • u geen wondlekkage hebt;
  • er thuis goede hulp is.

14. Complicaties
Bij iedere operatie is er kans op gangbare complicaties zoals bloeduitstortingen, bloedingen en infecties. Bij een heupoperatie is die kans kleiner dan 0,5 %. Indien toch infectie optreedt, kan dat tot gevolg hebben dat de kunstheup moet worden  vervangen. Specifieke complicaties bij een heupoperatie zijn:

  • Luxatie van de heup. Dit wil zeggen dat de heupkop uit de kom kan schieten. Dit risico bestaat tot 3 maanden na de operatie en neemt langzaam af. Adviezen om een luxatie te voorkomen zijn:
    • draai alleen op uw zij met een kussentje tussen de benen en in bijzijn van een verpleegkundige gedurende uw ziekenhuisverblijf
    • draai het geopereerde been niet naar buiten of naar binnen
    • ga niet met uw benen (knieën) over elkaar zitten
    • kom omhoog in de stoel met uw knieën tegen elkaar
    • gebruik de beenlade in bed zolang u dit prettig vind (te huur bij thuiszorg Carinova, Sensire en VTE)
    • blijf 6 tot 12 weken op uw rug slapen
  • Tijdens de operatie is er een zeer kleine kans op zenuwletsel.

Complicaties door bedrust
Dit zijn nadelige gevolgen die kunnen ontstaan door langdurige bedrust. Voorbeelden zijn: doorliggen (decubitus), verstijving (contracturen), longontsteking en/of huidirritatie (smetten).

Om complicaties te voorkomen, kunt u verder het volgende doen:

  • In het algemeen is het goed om 3 keer daags een half uur plat te liggen.
  • voorkom doorliggen door:
    • regelmatig uw billen op te tillen van het laken
    • niet met de hielen over het onderlaken te schuren
    • af en toe het gezonde been op te trekken of deze naar opzij draaien
    • pijnklachten tijdig en duidelijk aan te geven, zoals: pijn aan de stuit, billen of hielen
  • voorkom verstijving, veroorzaakt door het samentrekken van spieren in een bepaalde houding zoals bij opgetrokken knie, door:
    • regelmatig uw ledematen te bewegen
    • gebruik geen kussentje in de knieholte
  • voorkom longontsteking door:
    • elk uur een paar maal diep in- en uit te ademen
    • zodra het mag: 3 x per dag op de stoel te gaan
  • voorkom huidirritatie tussen huidplooien ten gevolge van warmte, transpireren en houding door:
    • uw liezen goed droog houden na de verzorging
    • katoenen ondergoed dragen
  • om trombose te voorkomen krijgt u een antistollingsmiddel

De fysiotherapeut adviseert u hoe u de oefeningen het best zelfstandig kunt doen.

15. Nazorg / revalidatie
Het gewrichtskapsel heeft tijd nodig om weer aan te groeien. Het biedt dus direct na de operatie nog niet voldoende stevigheid. Om te voorkomen dat de gewrichtskop uit de kom schiet, ligt uw been tijdens de opname in een beenlade. Het revalidatieprogramma kan echter direct beginnen en ziet er als volgt uit:

  • Vanaf de 1e dag na de operatie, gaat u op de stoel onder begeleiding van een verpleegkundige. U krijgt duidelijke uitleg over wat u wel en niet mag doen.
  • Vanaf de 1e dag begint u met loopoefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut totdat u zelfstandig kunt lopen met een looprekje of krukken. U mag uw been daarbij belasten tenzij de orthopedisch chirurg daarvoor geen toestemming geeft. De fysiotherapeut geeft u instructies hoe u indien nodig tot 3 maanden na de operatie met looprekje/krukken moet lopen.
  • De eerste 6 tot 12 weken mag u niet op de zij liggen.
  • U moet zelf de fysiotherapeut voor thuis regelen. Als u naar een zorginstelling gaat, zal de fysiotherapeut van het ziekenhuis dit regelen.
  • U moet zeker 6 weken lopen met 2 krukken of looprekje (daarna nog enkele weken met 1 kruk). U hebt daarom 6 tot 12 weken na de operatie hulp nodig bij het wassen, aantrekken van kousen en huishoudelijke klusjes.
  • U geopereerde been wordt dik na de operatie, uw been houdt vocht vast. Dit vocht gaat langzaam weg. Zie verder de extra folder in de informatiemap.

16. Een verblijf in een verzorgingshuis, of De Bloemendal
Woont u alleen, in een flat zonder lift, of zorgt u voor uw hulpbehoevende partner? Dan komt u in aanmerking voor een tijdelijk verblijf in een verzorgingshuis. U moet namelijk 6 weken met een hulpmiddel lopen, dus u hebt hulp nodig. U kunt zelf uw voorkeur uitspreken voor een verzorgingshuis in uw regio. Het Deventer Ziekenhuis heeft een samenwerking met De Bloemendal, Het Laar 1, te Deventer. Woont u in Deventer, Schalkhaar of Diepenveen dan wordt u geadviseerd naar de Bloemendal te gaan. Het telefoonnummer is: (0570) 68 94 00.

In de Bloemendal verblijft u op afdeling 5 of 6. Hier krijgt u een 1-persoonskamer waar alles voor u is aangepast. Ook de sanitaire ruimte is aangepast. Het personeel op deze afdeling is deskundig. U kunt altijd een afspraak maken voor de operatie om eens te gaan kijken bij de Bloemendal. Meestal verblijft u er een week of 6, daarna kunt u met hulp weer naar huis. Vraag op tijd een rolstoel aan bij de thuiszorgwinkel want u gaat in de Bloemendal gezamenlijk de warme maaltijd nuttigen in het restaurant. Neem ook de beenlade mee naar het verzorgingshuis. U kunt ook eventueel samen met uw partner naar de Bloemendal. Hannie Elskamp of Ingrid Wippert, de verpleegkundig consulenten, komen iedere donderdagochtend in de Bloemendal zodat u bij hen terecht kunt met vragen of onduidelijkheden. De hechtingen worden door een verzorgende aldaar verwijderd. 

Welzorg en de Bloemendal
Er zijn afspraken gemaakt met Welzorg over het lenen van hulpmiddelen. Het is geheel vrijblijvend waar u uw hulpmiddelen leent. Bij Welzorg kunt u hulpmiddelen lenen zoals een looprekje, krukken en een rolstoel en deze worden voor u afgeleverd op de Bloemendal. Alle uitleen hulpmiddelen kunt u kosteloos lenen voor de eerste drie maanden, met een maximale verlening van nog eens drie maanden. Voor de beenlade betaalt u wel huur. Meer informatie kunt u krijgen via de Welzorg-informatielijn: 0900-0400 097 of kijk op www.welzorg.nl.
 
17. Medicijnen
Om trombose te voorkomen, begint u op de dag van de operatie met een antistollingsmiddel, fraxiparinespuitjes. U leert deze zichzelf toe te dienen in de buik. Als dat niet lukt, kan iemand uit uw omgeving dit leren. Ook kan de thuiszorg bij u komen om de spuitjes toe te dienen. Als u naar een verzorgingshuis gaat, kan de verzorging dit spuiten. Fraxiparine gebruikt u 4 weken in overleg met uw behandelend arts. U krijgt daarvoor een recept mee. Als u in het ziekenhuis met 'nieuwe' medicijnen begint (bijvoorbeeld een antistollingsmiddel), dan regelt de ziekenhuisapotheek dat de medicijnen bij uw apotheek klaar staan als u naar huis gaat.

18. Controle

De orthopedisch chirurg verwacht u na de ziekenhuisperiode nog enkele keren op de polikliniek voor controle. Dit is in de regel 2 weken na de operatie om de hechtingen te verwijderen (dit is bij de verpleegkundig consulent ). 8 weken na de operatie bij de orthopeed waarbij tevens een röntgenfoto wordt gemaakt. Na 6 maanden komt u voor de laatste keer op controle bij Ingrid Wippert, verpleegkundig consulent orthopedie. Indien er daarna nog klachten komen kunt u altijd een afspraak maken.

19. Leefregels
Een kunstheup is altijd kwetsbaar. Zware lichamelijke inspanning bij het sporten bijvoorbeeld, kan de levensduur van het nieuwe gewricht bekorten. Overleg daarom met uw orthopedisch chirurg welke sporten u na de operatie weer kunt beoefenen en welke bewegingen u zeker moet vermijden.

In z’n algemeenheid geldt voor de eerste 6 tot 12 weken na de operatie:

  • til geen zware boodschappen, ga niet met uw benen over elkaar zitten en ga niet fietsen of autorijden (verzekeringskwestie, geldt ook voor een automaat) overleg eventueel met uw behandelend orthopedisch chirurg.
  • vermijd onverhoedse bewegingen en zwaar huishoudelijk werk zoals stofzuigen, ramen zemen, dweilen
  • zorg voor hulp bij uw lichamelijke verzorging zoals rug en voeten wassen, kousen en schoenen aantrekken
  • loop met 2 krukken of looprekje, tenzij de arts anders met u afspreekt
  • als u even wilt liggen ga dan op uw rug liggen, geldt ook voor het slapen
  • wissel inspanning en rust af, wandel regelmatig een korte afstand, dat is beter dan een uur achter elkaar
  • uw seksuele leven kunt u na 12 weken weer voortzetten

20. Hoe u zich thuis het beste kunt voorbereiden
Een goede voorbereiding op een operatie is erg belangrijk. Daar kunt u enkele weken voor de operatie al mee beginnen. Hieronder volgt een aantal tips:

  • Probeer uitgerust te zijn als u naar het ziekenhuis gaat.
  • Oefen eventueel het slapen op uw rug. Als u normaal op uw zij of op uw buik slaapt, kunt u al vast een beetje wennen. U moet na de operatie namelijk 6 tot 12 weken op uw rug slapen.
  • Het ziekenhuis heeft een bezoekregeling. Stel uw bezoekers daarvan op de hoogte.
  • Laat waardevolle spullen en/of sieraden thuis als u voor opname komt.
  • Gebruikt u make up en/of nagellak, dan dient u die op de dag vóór de operatie te verwijderen.
  • Ontdekt u een wondje aan een van uw benen, neem dan tijdig contact op met de polikliniek Orthopedie. De arts overlegt dan met u hoe u hier het beste mee kunt omgaan.
  • Breng een bezoek aan de tandarts
    Voor mensen met eigen tanden/kiezen is het raadzaam om voor de opname een controlebezoek aan de tandarts te brengen voor opsporen van eventuele gaatjes of ontstekingen. De kans op infectie wordt mede daardoor zo klein mogelijk gehouden.

Aanpassingen

  • Zorg voor een stoel met leuningen en goede zithoogte. Uw voeten moeten op de grond kunnen. Vraag eventueel de Thuiszorg om advies.
  • Goed stevig schoeisel is belangrijk.
  • Zorg voor een beenlade thuis (te huur bij thuiszorg Carinova, Sensire)
  • Zorg dat u voldoende het medicijn paracetamol in huis hebt, dit kunt u kopen bij een drogist of apotheek.
  • Regel eventueel op tijd een toiletverhoger.
  • Kijk of u aanpassingen nodig hebt in huis
    • liever een beugel in toilet dan een toiletverhoger
    • handgrepen in de doucheruimte, u mag namelijk gewoon douchen
    • gebruik in de douche, indien mogelijk, een stevige plastic (tuin)stoel
    • gebruik geen ligbad in de eerste 3 maanden na de operatie.
    • uw bed kunt u eventueel verhogen door verhogers te lenen via de Thuiszorg in uw woonomgeving.
    • woont u in een huurhuis, overleg dan eerst met de woningbouwvereniging voordat u bijvoorbeeld handgrepen en/of beugels plaatst.

        Foto: Dhr. van Dijk                   
toilet verhoger                                                                                                 douche stoel

Let op
Als u ooit een ontsteking heeft (na plaatsen kunstgewricht) ga dan op tijd naar de huisarts en overleg omtrent starten antibiotica. Ook als u bij de tandarts een grote behandeling moet ondergaan,  is het raadzaam om vooraf te starten met antibiotica. Vertel uw tandarts dat u een kunst gewricht hebt. Een kunstgewricht heeft namelijk geen afweer en kan mee gaan doen met de ontsteking.

Hulp regelen
Regel alvast hulp voor ná de operatie thuis. De eerste weken na de operatie mag u niet bukken en kunt u zelf niet uw kousen en schoenen aantrekken. Ook hebt u hulp nodig bij het oefenen en traplopen. Houdt er rekening mee dat u tijdens het lopen met krukken niets zelf kunt vervoeren. Daarnaast hebt u iemand nodig die u werk uit handen kan nemen, bijvoorbeeld huishoudelijk werk en boodschappen doen. Kijk eerst in uw eigen omgeving wie u tijdelijk kan helpen. Mogelijkheden zijn: hulp vragen aan familieleden of bij iemand logeren. Soms is logeren in een verzorgingshuis mogelijk.

21. Contactpersoon
Voor u, uw familie/relaties én het ziekenhuis is het prettig een contactpersoon aan te wijzen. Hij/zij kan informatie geven over uw gezondheidstoestand en aanspreekpunt zijn voor het bezoek. Kies een contactpersoon die u goed kent, en goed bereikbaar is. Het ziekenhuis verstrekt overigens alleen informatie met uw toestemming.

22. Vragen?
Hebt u vragen over de medische zorg, stel deze dan gerust aan uw arts tijdens het polikliniekbezoek of tijdens uw verblijf op de afdeling. Tijdens de voorlichtingsbijeenkomst kunt u ook vragen stellen. U kunt ook bellen naar Ingrid Wippert of Hannie Elskamp-Meijerman. Deze verpleegkundigen houden telefonisch spreekuur op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 11.00 tot 12.00 uur en op vrijdag van 10.00 tot 11.00 uur. Het telefoonnummer is (0570) 53 53 53, vraag naar toestel 2765. De polikliniek Orthopedie is bereikbaar via tel.: (0570) 53 51 55. Voor vragen over de opname belt u de Opname, tel.: (0570) 53 51 30.

Zie ook: de 10 meest gestelde vragen na een heupvervangende operatie

23. Vastleggen gegevens
Uw gegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopaedisch Implantaten. Dit is belangrijk om het aantal en de kwaliteit van de implantaten bij te houden en te overzien. Indien u hier bezwaar tegen hebt, kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist.

24. Adressen
Polikliniek Orthopedie Deventer Ziekenhuis
Postbus 5001, 7400 GC Deventer. Tel.: (0570) 53 51 55. Bereikbaar op werkdagen van 8.30 - 12.30 uur 13.30 - 16.30 uur.
Verpleegkundig consulent orthopedie, Ingrid Wippert: wippertg@dz.nl

25. Website
Deze folder is na te lezen op site van het Deventer Ziekenhuis: www.dz.nl
Zie ook: www.dz.nl/orthopedie/ en www.orthopedie.nl 
U kunt op onze website ook een fotopresentatie zien van iemand die opgenomen wordt voor een nieuwe heup.

zoeken
orthopedie
N. Bolkesteinlaan 75 - Deventer