Bloedafname

Bij lichamelijke klachten van een patiënt wordt gezocht naar de oorzaak. Het kan ook zijn dat bij een behandeling van een patiënt wordt onderzocht of de behandeling succes heeft. Hierbij kan bloedonderzoek helderheid verschaffen.

In principe hoeft u voor het bloedprikken geen afspraak te maken. Voor sommige onderzoeken zijn wel speciale voorzorgsmaatregelen nodig. Ook kan het voorkomen dat  voor een onderzoek geen bloed kan worden afgenomen op een prikpost. De medewerker zal u dan vragen naar het ziekenhuis te gaan.

Bloedafname
Er zijn, wat betreft de samenstelling van het bloedmonster, drie soorten bloed om af te nemen (te prikken):

  • Capillair bloed (uit de haarvaatjes van vingertop, oorlel of babyhieltje)
  • Veneus bloed (aderlijk bloed, meestal uit de ader van de elleboogplooi)
  • Arterieel bloed (slagaderlijk bloed, meestal uit de pols- of liesslagader)

Capillair en veneus bloed wordt meestal door doktersassistenten/verpleegkundigen of door analisten afgenomen; arterieel bloed wordt altijd door een arts afgenomen. 

Gang van zaken bij de prikpoli of prikpost
In het ziekenhuis volgt u route 40 naar de bloedafname. In de wachtruimte staat een nummerautomaat. Daar kunt u de instructies op de automaat volgen. U hoeft dus niet eerst naar de balie te gaan. U kunt met uw nummer plaatsnemen in de wachtruimte. Op het scherm leest u wanneer u aan de beurt bent.

De medewerker neemt het aanvraagformulier in ontvangst. Daarna wordt het aangevraagde onderzoek ingevoerd in de computer en gekoppeld aan uw persoonsgegevens die op het aanvraagformulier staan. Vervolgens worden etiketten geprint met uw naam en geboortedatum. Deze etiketten worden op de buisjes met bloed geplakt of op het potje met urine of ontlasting.

De medewerker vraagt u om in de wachtkamer te wachten of om naar een van de afnameruimtes te gaan voor de bloedafname. De etiketten met uw persoonsgegevens worden op de verschillende buisjes geplakt. In de afnameruimte wordt ter controle van uw persoonsgegevens uw geboortedatum gevraagd. Daarna wordt er, meestal uit uw arm, bloed afgenomen.

Om de onderzoeken goed te kunnen uitvoeren moet het bloed soms ontstold worden. De bloedafnamebuizen bevatten de ontstolmiddelen en zijn met verschillende kleuren doppen gecodeerd.

Na bloedafname krijgt u een watje of gaasje op de prikplek en wordt deze van een pleister voorzien. Ook wordt u gevraagd om het watje of gaasje stevig aan te drukken. Dit vermindert de kans op een blauwe plek.

Bloedafname bij kinderen
De bloedafnamemedewerker vertelt u eerst waar er bij uw kind bloed wordt afgenomen. Meestal is dit in de arm of op de hand of soms uit de vinger. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid bloed die nodig is voor het onderzoek. Voordat bloed uit de arm van uw kind wordt afgenomen, krijgt het een elastische band (stuwband) om de bovenarm. Dit maakt het makkelijker om de ader te vinden. Afhankelijk van het onderzoek worden één of meerdere buisjes met bloed gevuld. Na de bloedafname wordt een pleister op het wondje geplakt. 

De resultaten van het onderzoek worden naar de behandelend arts gerapporteerd. U kunt met hem/haar contact opnemen over de uitslag.

 

zoeken
laboratoria
N. Bolkesteinlaan 75 - Deventer