Aanpak bedplassen succesvol
In het Deventer Ziekenhuis worden uitstekende resultaten gehaald met een gezamenlijke poliklinische aanpak voor bedplassen. Zelfs ouders met kinderen uit Zutphen, Apeldoorn, de Achterhoek en Vaassen komen naar de koekstad voor deze werkwijze.
Kinderen die ‘s nachts niet droog blijven, komen op verschillende manier met de gezondheidszorg in aanraking. Naast behandeling door de huisarts is er soms een training via de GGD, kinderarts, uroloog of psycholoog. Dat leidde geregeld tot een ziekenhuisopname voor droogbedtraining.
Geïntegreerde aanpak
In het Deventer Ziekenhuis is 5 jaar geleden besloten de aanpak van bedplassen geïntegreerd aan te pakken. Dat betekent dat een kinderarts, een kinderincontinentieverpleegkundige, en eventueel een psycholoog, uroloog en fysiotherapeut samen naar het probleem kijken. De resultaten uit een 2-jarig durend onderzoek onder 210 kinderen zijn fantastisch te noemen.
Zo is 65% van de kinderen die in Deventer werden gezien 2 jaar na behandeling volledig droog en is bij 20% de situatie flink verbeterd. De cijfers in Deventer liggen daarmee iets boven het internationale gemiddelde.
Droog door advies
Meer dan 90% van de patiënten kon poliklinisch behandeld worden. Bij 10% van de onderzochte kinderen vindt helemaal geen behandeling plaats, maar zorgen adviezen over drinken en het wel/niet ophouden van de plas al voor resultaten. Komt het tot een behandeling, dan wordt veelal de plaswekker geadviseerd, die na goede instructie en de juiste begeleiding resultaat geeft. Na enkele polikliniekbezoeken kan verdere begeleiding van ouder en kind ook via de telefoon of e-mail plaatsvinden. Dat is met name prettig voor patiënten die op enige afstand van Deventer wonen.
Binnenkort worden de resultaten van het Deventer onderzoek gepresenteerd in internationale vakbladen.
Kinderen die ‘s nachts niet droog blijven, komen op verschillende manier met de gezondheidszorg in aanraking. Naast behandeling door de huisarts is er soms een training via de GGD, kinderarts, uroloog of psycholoog. Dat leidde geregeld tot een ziekenhuisopname voor droogbedtraining.
Geïntegreerde aanpak
In het Deventer Ziekenhuis is 5 jaar geleden besloten de aanpak van bedplassen geïntegreerd aan te pakken. Dat betekent dat een kinderarts, een kinderincontinentieverpleegkundige, en eventueel een psycholoog, uroloog en fysiotherapeut samen naar het probleem kijken. De resultaten uit een 2-jarig durend onderzoek onder 210 kinderen zijn fantastisch te noemen.
Zo is 65% van de kinderen die in Deventer werden gezien 2 jaar na behandeling volledig droog en is bij 20% de situatie flink verbeterd. De cijfers in Deventer liggen daarmee iets boven het internationale gemiddelde.
Droog door advies
Meer dan 90% van de patiënten kon poliklinisch behandeld worden. Bij 10% van de onderzochte kinderen vindt helemaal geen behandeling plaats, maar zorgen adviezen over drinken en het wel/niet ophouden van de plas al voor resultaten. Komt het tot een behandeling, dan wordt veelal de plaswekker geadviseerd, die na goede instructie en de juiste begeleiding resultaat geeft. Na enkele polikliniekbezoeken kan verdere begeleiding van ouder en kind ook via de telefoon of e-mail plaatsvinden. Dat is met name prettig voor patiënten die op enige afstand van Deventer wonen.
Binnenkort worden de resultaten van het Deventer onderzoek gepresenteerd in internationale vakbladen.

