Voedselprovocatietest (DBPGVP)
Uw kind heeft mogelijk een allergie voor een voedingsmiddel (voedselallergie). Binnenkort komt uw kind naar het ziekenhuis voor een voedselprovocatietest. In deze folder krijgt u uitleg over de test. Het is belangrijk dat u deze informatie zorgvuldig doorleest en de folder bewaard tot dat de test is afgerond.
Wat is een voedselprovocatietest (DBPGVP)?
Er kunnen veel redenen zijn waarom een kind niet tegen een bepaald voedingsmiddel kan. Een van de mogelijke redenen is een allergie. Kinderen met een allergie voor een bepaald voedingsmiddel laten hun allergie zien als ze blootgesteld worden aan het betreffende voedingsmiddel (provocatie). De verschijnselen verdwijnen als het bewuste voedingsmiddel wordt vermeden (eliminatie). In de praktijk blijkt het vaak moeilijk om te beoordelen of een reactie door een bepaald voedingsmiddel wordt veroorzaakt of niet. Om dit goed te kunnen beoordelen wordt een zogenaamde dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatietest (DBPGVP) gedaan. Dit is de meest betrouwbare manier om een voedselallergie aan te tonen of uit te sluiten. Op de Kind- en Jeugdafdeling kan een voedselprovocatietest uitgevoerd worden voor koemelk, kippenei, pinda, soja en hazelnoot.
Omschrijving onderzoek DBGVP
Bij een voedselprovocatietest krijgt uw kind 2 keer, op verschillende dagen, een testvoeding te eten of te drinken. De ene keer gaat het om voeding waar het verdachte voedingsmiddel niet in zit (dit noemen we de placebovoeding), de andere keer om testvoeding waar het verdachte voedingsmiddel wel in zit (de verumvoeding). Beide voedingen zien er hetzelfde uit en ruiken en smaken hetzelfde. Uw kind krijgt de voedingen ’s morgens, in opklimmende hoeveelheden. Tijdens en na het toedienen van de testvoeding wordt nauwkeurig bijgehouden welke verschijnselen uw kind vertoont. Is uw kind ouder dan 4 jaar en heeft het beide dagen geen reactie vertoond, dan moet hij voor een derde dag komen. Deze dag krijgt uw kind het te provoceren voedingsmiddel toegediend in opklimmende hoeveelheden. Ook nu bestaat de kans nog steeds dat uw kind toch een reactie krijgt. De datum voor deze eventuele derde dag krijgt gelijktijdig met de eerste twee dagen.
Van tevoren weten de ouders, kinderarts en verpleegkundige niet welke testvoeding uw kind wanneer krijgt. Deze informatie is alleen bekend bij de diëtist en de roomservicemedewerker die de voedingen bereid heeft. De testvoedingen zijn van een code voorzien. Deze codes zijn in een verzegelde enveloppe op de Kind- en Jeugdafdeling aanwezig en kan, als het echt nodig is, geopend worden. Bij voorkeur houden we de envelop echter gesloten tot 1 week na de laatste testdag.
Soms komt het voor dat uw kind niet in aanmerking komt voor een dubbelblinde test maar juist voor een open test. Het kan zijn dat sommige afspraken dan afwijken van de folder. Is dit het geval dan heeft de kinderarts dit met u besproken.
Voorbereiding thuis
- In de 4 weken vóór de proef mag uw kind het verdachte voedingsmiddel niet eten of drinken. Heeft u vragen over bepaalde voedingsmiddelen overleg met de diëtiste van het Deventer Ziekenhuis. In de meeste gevallen hebben ouders voorafgaand aan provocatietest een afspraak bij de diëtiste. Deze bespreekt met u het dieet. Dit geldt niet voor de kinderen die voor een koemelktest komen.
- Het is belangrijk dat uw kind nuchter komt. Uw kind mag op de ochtend van de testdagen ’s morgens niet ontbijten (eten of drinken). Bij baby’s mag de laatste borst- of flesvoeding om 03.00 uur ’s nachts nog worden gegeven. De kinderen krijgen tijdens de dagopname veel drinken en/of eten.
Meenemen
Neem op de dag van de opname het volgende voor uw kind mee:
- Patiëntenpas van uw kind. Hebt u dit nog niet of moet die worden gewijzigd, meld u zich dan eerst bij de receptie hoofdingang met een geldig identiteitsbewijs en verzekeringsbewijs.
- Extra kleren.
- Eten/drinken voor na de provocatietest.
- Medicijnen van uw kind.
- Iets vertrouwds, bijvoorbeeld een knuffel of speen.
- Eventueel eigen fles of drinkbeker.
Neem voor uzelf als ouder/verzorger eten mee en eventueel iets ter ontspanning.
Melden
U mag zich met uw kind om 08.30 uur melden bij de balie Kind- en Jeugdafdeling (route 100, eerste verdieping).
Het onderzoek
1e testdag
De kinderarts of specialistische kinderverpleegkundige zal eerst de hele huid van uw kind beoordelen en naar de longen luisteren. Daarnaast zal de verpleegkundige een aantal metingen verrichten namelijk, gewicht, bloeddruk, hartslag, temperatuur. Als er bij dit lichamelijk onderzoek geen bijzonderheden worden gevonden kan de test doorgaan. Om ongeveer 9.00 uur krijgt uw kind de eerste testvoeding te eten of te drinken. Daarna volgen elk half uur nieuwe testvoedingen in opklimmende hoeveelheden. Als er zich bijzonderheden voordoen, meldt u dat direct aan de verpleegkundige, die zonodig de kinderarts kanzal waarschuwen. Bij vage verschijnselen (bijvoorbeeld roodheid om de mond, wat onrust) zal de proef een half uur gestaakt worden, als de verschijnselen dan verdwenen zijn kunnen we verder. Maar bij duidelijke verschijnselen (bijvoorbeeld galbulten, piepen, herhaaldelijk braken, enz.) wordt de provocatie gestaakt en zal zonodig medicijnen toegediend worden.
Uw kind mag als de test is afgerond ’s middags weer naar huis. Als er geen reactie heeft plaatsgevonden kan het kind 2 uur na de laatste testvoeding naar huis. Bij reactie 4 uur na de laatste testvoeding of reactie.
We vragen u om na de 1e testdag te mailen hoe de dag thuis verder is verlopen. Mail dit naar allergologie@dz.nl.
2e testdag
Ongeveer 2 weken later vindt de tweede testdag plaats. Deze test zal er net zo uitzien als de eerste testdag. Ook als uw kind op de eerste testdag duidelijk heeft gereageerd, wordt de week erna het tweede deel van de proef uitgevoerd. De code wordt nog niet verbroken. Alleen op deze manier kan duidelijk worden aangetoond of de heftige reactie veroorzaakt is door een voedselallergie of niet. We vragen u om na de 2e testdag te mailen hoe de dag thuis verder is verlopen.
3e testdag
De eventueel 3e testdag in het ziekenhuis is voor kinderen vanaf 4 jaar. Deze dag eten de kinderen die op beide dagen geen reactie hebben gehad in opbouwende fase het geprovoceerde voedingsmiddel. Af en toe zien we dan toch nog een reactie. We vragen u om na de 3e provocatietest te mailen hoe de dag thuis verder is verlopen.
Kinderen onder 4 krijgen via de diëtiste een introductieschema en mogen thuis het geprovoceerde voedingsmiddel via een schema langzaam invoeren.
Complicaties
Heel af en toe is er thuis nog sprake van een allergische reactie. De heftigste reacties zullen echter binnen 2 uur optreden. Aan het einde van de eerste testdag krijgen ouders een brief mee waar in vermeld staat wat te doen bij een reactie thuis. Indien u geen antihystaminica thuis heeft krijgt u een recept mee om bij de ziekenhuisapotheek te halen.
Uitslag
Eén tot twee weken na de 2e testdag wordt u door de kinderarts of specialistische kinderverpleegkundige gebeld. Tijdens dat gesprek wordt de enveloppe geopend en is dus duidelijk op welke dag uw kind welke testvoeding heeft gekregen. Dan kan worden beoordeeld of uw kind overgevoelig gereageerd heeft op het geteste voedingsmiddel. Alleen als uw kind verschijnselen vertoont bij het drinken van de verumvoeding en niet bij de placebovoeding, is de uitslag van de proef positief en zal de kinderarts de diagnose voedselallergie kunnen stellen. Uw kind zal dan verder worden behandeld met een dieet, vrij van het betreffende voedingsmiddel, onder begeleiding van de diëtist.
In alle andere gevallen is de uitslag van de proef negatief, wat wil zeggen dat een voedselallergie is uitgesloten. Uw kind kan door middel van een introductieschema gaan starten met het eten van het geprovoceerde product. In sommige gevallen zal de introductie plaatsvinden op de Kind- en Jeugdafdeling. Soms weigeren kinderen de testvoeding te drinken of mislukt de proef door organisatorische problemen. In die gevallen kan het soms nodig zijn om de voedselprovocatietest nog eens te herhalen.
Vragen?
Als er nog vragen zijn, dan kunt u die stellen aan de behandelend kinderarts, Monique Gorissen met als aandachtsgebied allergologie of Daphne van Grol, kinderverpleegkundige allergie. U kunt uw vraag ook mailen naar allergologie@dz.nl of contact opnemen met één van de assistentes van de polikliniek Kindergeneeskunde, tel.: (0570) 53 50 80.


