| Doelstelling | : |
- Het optimaal laten functioneren van de patient ter voorbereiding voor de patiënt geëindiceerde vervolgsituatie.
- Patient heeft inzicht in zijn of haar belasting en belastbaarheid na de operatie.
|
| Toepassingsgebied | : |
- Bevoegdheden: specialist, fysiotherapie, verpleging en andere disciplines.
- Indicatie: een patiënt met status na subtrochantere femurfractuur, er wordt altijd een PFNA geplaatst. Tenzij open repostie noodzaklijk is dan wordt een DHS met een langere plaat geplaatst.
- Contra-indicatie: Deze worden indien aanwezig door de behandelend arts aangegeven.
|
| Definities | : |
- Subtrochantere femur fractuur: femurfractuur net onder het trochanter massief
- Proximale Femur Nail (PFN): mergpen afhankelijk van fractuurtype wordt deze proximaal dan wel distaal vergrendeld
- Dynamische heup schroef (DHS): Een stevige schroef die vanaf de zijkant van de heup wordt ingebracht en een plaatje die aan het dijbeen wordt vastgemaakt. De schroef en het plaatje zijn met elkaar verbonden
- Mal-union: een angulaire rotatie deformiteit met functionele of cosmetische beperking.
- Non union: indien fractuur niet genezen is binnen 9 maanden. Hypertrofische pseudo arthrose, hierbij treedt een verbreding van fractuur uiteinden op (sclerosering fractuur uiteinden). Atrofische pseudo arthrose, hier is geen zichtbare activiteit ter plaatse van de fractuur.
|
| Benodigdheden | : |
- Preoperatief: geen
- Postoperatief: looprek of elleboogkrukken, op te halen bij thuiszorg bureau
|
| Activiteiten | : |
- Voorbereiding:
- informatie en instructie aan patiënt m.b.t. te volgen protocol en uitleg operatie door specialist.
- Uitvoering: Mate belastbaarheid: DHS en PFN belast op geleide van de pijn met loophulpmiddel, tenzij anders aangegeven door de operateur
- Operatiedag: Indien mogelijk start fysiotherapie, intake en informatie aan patient
- 1e dag postoperatief:
- Start mobiliseren, mate belasting wordt aangegeven door de operateur. Patient komt op de stoel o.l.v. verpleging en zo nodig fysiotherapie
- Oefeningen m.n. gericht op de mobiliteit en kracht onderste extremiteit, op geleide van klachten ivm wondgenezing. Denk aan de lastarm van het been bij het oefenen (been niet gestrekt laten heffen) gedurende de eerste 6 weken
- 2e dag postoperatief:
- Uitbreiden oefenen
- Start looptraining patient (mate belasting zie boven) m.b.v. looprekje/elleboogkrukken o.b.v. fysiotherapie
- Indien verantwoord, mag patient o.b.v. verpleging naar toilet op afdeling lopen, na toestemming fysiotherapie
- Indien verantwoord mag patient zelfstandig lopen met looprekje/elleboogkrukken.
- Vanaf 3e dag postoperatief
- Indien traplopen in vervolgsituatie noodzakelijk is wordt dit geoefend tot de patient dit zelfstandig kan
- Indien verantwoord mag patient met ontslag
- Nazorg:
- er wordt standaard nabehandeling geregeld in de 1e lijn.
Aanwijzingen omtrent verder beleid:
Hulpmiddelen o.g.v. klachten afbouwen na 4 weken indien dit kan zonder pijn en coordinatief goed uitgevoerd wordt
Na 6 weken gelden geen beperkingen voor oefentherapie, behoudens piekbelasting (pas na 3 maanden)
Aandachtspunten:
In het subtrochantere gebied zijn de grootste biomechanische krachten in het lichaam werkzaam. Dit heeft grote implicaties voor de fractuurfixatie en –genezing. Vooral de instabiele, comminutieve(verbrijzeling) fracturen in deze regio hebben een grote kans op malunion, non-union. Mechanisch een is de subtrochantere fractuur een ongunstige fractuur: het proximale fragment wordt geabduceerd en geëxoroteerd (gluteusgroep) alsmede geflecteerd (psoas). Het distale fragment wordt geadduceerd (adductoren).
|
| Literatuur | : | Richtlijn: Behandeling van de proximale femurfractuur bij de oudere mens, Nederlandse Vereniging Voor Heelkunde |